# Behandelwijzen bij kinderkanker: neuroblastoom
De behandeling van neuroblastoom is sterk afhankelijk van de fase waarin de ziekte wordt ontdekt, de biologische kenmerken van de tumor en het risicoprofiel. Omdat neuroblastoom een zeer heterogene aandoening is, varieert de aanpak aanzienlijk per patiënt. Hieronder volgen de behandelwijzen die in verschillende stadia worden toegepast.
Chirurgie
De operatie om de tumor zoveel mogelijk te verwijderen is een hoeksteen van neuroblastoombehandeling, vooral bij vroegtijdige ontdekking. Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel uit het lichaam te halen, zonder vitale organen onnodig te beschadigen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Chirurgie kan in verschillende stadia worden uitgevoerd. Bij een klein, gelokaliseerd neuroblastoom kan een operatie al voldoende zijn. Bij uitgebreide tumoren voorafgaand aan chemotherapie ingezet om de tumor kleiner te maken, waarna een tweede operatie volgt. De ingreep kan ingewikkelder zijn als de tumor tegen belangrijke bloedvaten of zenuwen aanligt. Mogelijke bijwerkingen hangen af van waar in het lichaam geopereerd wordt, maar kunnen infectie, bloedingen en beschadiging van omliggende structuren zijn.
Chemotherapie
Chemotherapie is essentieel bij neuroblastomen met hoger risico. De combinatie van meerdere cytostatica wordt gebruikt omdat dit effectiever is dan één middel alleen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Standaardchemotherapie bij neuroblastoom maakt meestal gebruik van combinaties van middelen zoals vincristine, cisplatinum, etoposide en doxorubicine. Deze stoffen werken door de DNA-synthese van tumorcellen te verstoren of cellen in deling tegen te houden, waardoor ze sterven. Bijwerkingen van chemotherapie zijn breed en kunnen moeheid, misselijkheid, braken, haaruitval, infectiegevoeligheid door een laag aantal witte bloedcellen en neuropathie (zenuwpijn in handen en voeten) omvatten. Sommige middelen kunnen op langere termijn invloed hebben op hart- of nierfunctie. De behandeling verloopt meestal in cycli, met rusttijden ertussen.
Hoog-dosischemotherapie met stamceltransplantatie (HDCT-ASCT)
Deze intensieve aanpak wordt gebruikt bij neuroblastomen met hoog risico, meestal na initiële chemotherapie.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
De patiënt ontvangt zeer hoge doseringen chemotherapie – veel hoger dan normaal mogelijk zou zijn – om alle tumorcellen aan te pakken. Dit vernietigde echter ook het beenmerg, dus vooraf worden stamcellen uit het bloed of beenmerg verzameld. Na de hoog-dosisbehandeling worden deze stamcellen opnieuw ingebracht om het beenmerg te herstellen. De bijwerkingen van deze procedure zijn substantieel: ernstige infectiegevoeligheid, bloedingen, spijsverteringsproblemen, vermoeide organen en in het ergste geval blijvend orgaanschade. Dit is een intensieve behandeling die in gespecialiseerde centra plaatsvindt en enkele weken opname vereist.
Immuuntherapie met monoklonale antilichamen
In recente jaren is immuuntherapie, gericht op tumorkenmerken, beschikbaar gekomen voor neuroblastoom.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Dinutuximab (Unitig) is een monoklonaal antilichaam tegen GD2, een eiwit dat veel voorkomt op neuroblastoomcellen. Het werkt door het immuunsysteem aan te zetten tot aanval op cellen die dit eiwit dragen. Dit middel wordt na hoog-dosischemotherapie en stamceltransplantatie gegeven, vaak in combinatie met interleukine-2 (een immuunstimulerend middel). Bekende bijwerkingen zijn pijn (soms ernstig), fever, allergische reacties, en immuun-gerelateerde bijwerkingen.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Immunotherapie met controllpoints-inhibitoren (anti-PD-1/PD-L1-middelen) en natuurlijke killercellen in combinatie met andere middelen wordt onderzocht als aanvulling, vooral voor terugkerende of resistente tumoren. Deze benadering berust op het idee dat het immuunsysteem beter kan worden 'gewekt' om de tumor zelf aan te vallen.
Radiotherapie
Bestraling wordt geselectief gebruikt bij bepaalde patiënten.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Radiotherapie richt zich op tumoren die niet volledig chirurgisch kunnen worden verwijderd of op gebieden met een hoog recidiefrisico. Dit kan externe straling zijn (van buitenaf) of radiojodiumtherapie (waarbij radioactief jodium via infusie in het lichaam wordt gebracht, vooral effectief omdat neuroblastoomcellen jodium opnemen). Bijwerkingen van externe radiotherapie omvatten huidreacties, moeheid en, op lange termijn, risico op tweede kankers in bestraalde gebieden.
Ondersteunende behandeling
Ondersteuning is niet direct kankerbestrijding, maar essentieel voor het volhouden van behandeling.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Patiënten ontvangen antibiotica voor infectieprofylaxe, antiuitbraaksmiddelen, bloedtransfusies en groeifactoren (G-CSF) om het beenmerg sneller hersteld te krijgen na chemotherapie. Dit vermindert infectierisico's en bijverschijnselen aanzienlijk.
Targeted therapie (gericht op specifieke genetische afwijkingen)
Onderzoeken naar geneesmiddelen die ingrepen op bepaalde genetische mutaties in neuroblastoomtumoren liggen in volle gang.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Voor neuroblastomen met activering van NTRK (neurotrofische tyrosinekinase-receptor) worden NTRK-remmers onderzocht. Tumoren met ALK-mutaties kunnen gevoelig zijn voor ALK-remmers. TrkB-remmers worden onderzocht omdat TrkB betrokken is bij groei van bepaalde neuroblastoomtumoren. Deze gerichte benaderingen hebben als voordeel dat zij specifieker tegen tumorcellen kunnen werken en mogelijk minder bijwerkingen op normale cellen hebben, maar zij bevinden zich nog meestal in klinische studiesfase.
Behandeling van complicaties
Een specifieke complicatie is opsoclonus-myoclonus-ataxie-syndroom (OMAS), een zeldzame neurologische aandoening veroorzaakt door immuunreacties tegen het neuroblastoom.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
OMAS kan behandeld worden met intraveneus immunoglobuline (IVIG, antilichamen van gezonde donoren) en intensieve chemotherapie met stamceltransplantatie. Ook corticosteroïden worden ingezet om de immuunreactie in toom te houden.
Nieuw in onderzoek
Recente studies richten zich op betere beeldvorming (PET-tracers met meer specificiteit voor neuroblastoomweefsel) en op optimalisatie van chemotherapie-combinaties. Ook onderzoekers kijken naar 3D-cultuurmodellen van tumoren om sneller te bepalen welke middelen voor een individuele patiënt werkzaam zijn.
ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend
Nanopartikelformuleringen van bekende chemotherapieën, bijvoorbeeld topotecan in nanopartikelvorm, worden onderzocht om medicijnen beter in tumoren te krijgen. Ook het combineren van meerdere immuuntherapieën tegelijk bevindt zich in studiefase.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._