# Voeding bij neuroblastoom en DIPG
Voedingstoestand en behandeling
Bij kinderen met neuroblastoom en DIPG staat voeding centraal tijdens behandeling.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Een goede voedingstoestand helpt het lichaam beter tegen de ziekte in te gaan en beter in te spelen op intensieve therapieën zoals chemotherapie, bestraling en stamceltransplantatie.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Onderzoek toont aan dat de manier waarop kinderen worden gevoed na een autologe stamceltransplantatie (bijvoorbeeld via de mond versus via een voedingssonde) invloed heeft op het herstel en de uitkomsten. Dit is een belangrijk punt van aandacht voor het behandelteam, omdat intensieve chemotherapie het vermogen om normaal te eten vaak aantast.
Veel kinderen krijgen tijdens behandeling eetproblemen door misselijkheid, mondpijn, vermoeidheid of veranderde smaak. Een diëtist die gespecialiseerd is in kinderoncologie kan helpen om voeding aan te passen en ervoor zorgen dat het kind toch voldoende calorieën en voedingsstoffen krijgt.
Bijzondere aandacht bij bepaalde behandelingen
Sommige medicijnen die voor neuroblastoom worden gebruikt, kunnen interacties hebben met voeding.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze interacties zijn belangrijk om te kennen, omdat ze de werking van het medicijn of de vertering kunnen beïnvloeden. Het behandelteam zal hier concreet over communiceren, maar het is goed om deze gesprekken aan te gaan.
Ook kunnen bepaalde voedingsmiddelen tijdens chemotherapie moeilijker verdragen worden. Dit verschilt sterk per kind. Een diëtist kan helpen met praktische tips voor voeding die goed wordt verdragen.
Oxidatieve stress en beschermende stoffen in voeding
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Wetenschappelijk onderzoek richt zich op natuurlijke stoffen in voeding die bescherming kunnen bieden tegen oxidatieve stress – schade die zowel door de kanker zelf als door sommige behandelingen kan ontstaan. Dit onderzoek betreft onder meer fenolische stoffen uit plantaardige voeding en isoflavonen uit soja.
ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend
Deze bevindingen zijn nog grotendeels in laboratoriumstadium. Er is nog geen duidelijk bewijs dat het eten van bepaalde voedingsmiddelen met deze stoffen direct de kankerbehandeling of de prognose bij kinderen met neuroblastoom verbetert. Bovendien kan extra inname van bepaalde stoffen via supplementen voor kinderen onder behandeling riskant zijn.
Dit is geen reden om gezonde, gekleurde groente en fruit te vermijden – die kunnen deel uitmaken van normale voeding. Maar gerichte supplementatie of speciale "wonderdiëten" op basis hiervan zijn niet aan te bevelen en moet eerst met je behandelteam besproken worden.
Voeding en het zenuwstelsel
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Er is interesse in hoe bepaalde voedingscomponenten de gezondheid van het zenuwstelsel kunnen ondersteunen. Dit is met name relevant omdat DIPG een tumor in het hersenstamgebied is, en omdat sommige behandelingen gevolgen voor het zenuwstelsel kunnen hebben.
ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend
Onderzoek naar neuroprotectie (bescherming van zenuwcellen) via voeding of extracten is nog grotendeels experimenteel. Dit geldt ook voor soja-afgeleide preparaten en polysacchariderijke extracten die in studies worden onderzocht. Voor kinderen met DIPG of neuroblastoom is er nog geen praktisch voedingsprotocol op basis hiervan.
De focus in de praktijk blijft op normale voeding, goed in te nemen, met voldoende energie en bouwstoffen.
Voeding na behandeling
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Goed herstellen na intensieve kankerbehandeling vraagt om blijvende aandacht voor voeding. Sommige kinderen hebben langdurig last van spijsverteringsproblemen of smaakstoornissen.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Voor kinderen die een stamceltransplantatie hebben ondergaan, blijkt de wijze van voeding (bijvoorbeeld vroeg hervatten van eten via de mond waar mogelijk) gunstig uit te pakken. Dit onderstreept het belang van gerichte voedingszorg die aansluit bij wat het kind aankan.
Regelmatige contact met een diëtist kan helpen om voeding geleidelijk aan terug te brengen naar het normale patroon, volgens wat het kind tolereert.
Wat je kind mag eten en drinken
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Hygiëne rond voeding is bijzonder belangrijk tijdens chemotherapie en rondom stamceltransplantatie, omdat het immuunsysteem dan verzwakt is. Het behandelteam geeft hier duidelijke richtlijnen.
Voeding hoeft niet 'speciaal' of 'zuiver' te zijn – gewone, schone voeding die het kind lust en aankan, is het doel. Veel kinderen krijgen sterke voorkeurs- en afkeerssmaken rond bepaalde voedingsmiddelen, en dat is normaal.
OnbewezeniGeen wetenschappelijk bewijs dat het werkt
Er is geen bewijs dat bepaalde voedingspatronen ('biologisch', 'zuiver', 'detox', of zeer beperkte diëten) kankerkinderen beter helpen. Integendeel: te beperktende voeding kan ondervoeding veroorzaken, wat contra-productief is.
Gebruikelijke voedselallergieën moeten uiteraard wel worden gemeden. Voor intoleraties of fobieën die ontstaan tijdens behandeling helpt een diëtist.
Praktische steun bij voedingsproblemen
Veel kinderen onder chemotherapie eten minder of minder goed. Dit kan leiden tot gewichtsverlies en verminderde voedingstoestand. Een diëtist kan helpen door:
- Voeding in kleine, frequente porties aan te bieden
- Voedingsmiddelen te kiezen die goed worden verdragen
- Smaakstoornissen en misselijkheid aan te pakken
- Indien nodig, voeding via alternatieve routes (sonde, infuus) in te stellen
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Dit ondersteunend voedingsbeheer verbetert de uitkomsten van behandeling en helpt het kind sterker uit een heftige therapie te komen.
Elk kind is anders. Wat voor het ene kind goed werkt, kan voor het andere kind niet passen. Daarom is persoonlijke begeleiding door het behandelteam en een diëtist essentieel.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._