alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Kanker

Longkanker (niet-kleincellig)

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Longkanker (niet-kleincellig)? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-09 · redactioneel gecontroleerd

# Longkanker (niet-kleincellig)

Wat is het

Longkanker die niet-kleincellig (NSCLC) wordt genoemd, is een vorm van kanker die ontstaat in de cellen van de longen. Het is de meest voorkomende soort longkanker: ongeveer 85% van alle longkankerpatiënten heeft dit type.

De ziekte wordt "niet-kleincellig" genoemd om hem te onderscheiden van kleincellige longkanker, die sneller groeit en zich anders gedraagt. Binnen niet-kleincellige longkanker zijn er verschillende ondertypen, waarvan adenocarcinoom en plaveiselcelcarcinoom de meest voorkomende zijn. Deze onderscheidingen zijn belangrijk omdat ze beïnvloeden hoe de ziekte verloopt en hoe behandeling eruitziet.

Longkanker ontstaat wanneer cellen in het longweefsel abnormaal gaan groeien en delen. Dit kan gebeuren in beide longen, maar meestal begint het op één plek. De ziekte kan zich verspreiden naar andere delen van de longen of naar andere organen.

Oorzaken

Roken is de belangrijkste risicofactor voor longkanker. Mensen die jarenlang roken hebben een veel hoger risico dan niet-rokers. Ook passief roken (blootstelling aan sigarettenrook van anderen) vergroot het risico.

Blootstelling aan bepaalde stoffen op het werk kan bijdragen: asbest, radon, fijnstof en bepaalde chemicaliën. Langdurige blootstelling aan deze stoffen, soms over jaren, kan cellen in de longen beschadigen.

Een erfelijke aanleg speelt soms een rol. Als familieleden longkanker hebben gehad, is het persoonlijke risico iets hoger.

Luchtverontreiniging, vooral in steden met veel vervuiling, draagt bij aan het totale risico.

Het is belangrijk te weten dat niet iedereen met risicofactoren longkanker krijgt, en sommige mensen krijgen longkanker zonder duidelijke risicofactoren. Longkanker kan dus iedereen treffen.

Hoe verloopt de ziekte

Longkanker begint meestal zonder merkbare symptomen. De ziekte groeit vaak stilzwijgend voordat iemand zich onwel voelt. Dit is een van de redenen waarom longkanker vaak in een gevorderd stadium wordt ontdekt.

De groei van kanker verloopt in stadia. In het vroegste stadium is de kanker beperkt tot één plek in de long. Naarmate de ziekte vordert, kan de tumor groter worden, kan hij doordringen in nabijgelegen weefsels (bijvoorbeeld de pleura, het vlies rond de long) en kunnen kankercellen zich verspreiden naar lymfeklieren of andere organen zoals het brein, de lever of de botten.

De snelheid waarmee de ziekte vordert, verschilt sterk van persoon tot persoon. Bij sommigen groeit de tumor langzaam over maanden of jaren; bij anderen gaat het sneller.

Moderne medische onderzoeken (CT-scans, PET-scans, biopsieën) maken het mogelijk de ziekte in kaart te brengen. Ook wordt onderzocht of bepaalde mutaties in de kankercellen aanwezig zijn (zoals EGFR- of ALK-mutaties), want dat beïnvloedt welke behandelingen kunnen helpen.

Symptomen per fase

**Vroeg stadium:**
Vaak zijn er geen symptomen, of symptomen zijn minimaal en gemakkelijk over het hoofd gezien. Soms ontstaat een hardnekkige hoest die weken aanhoudt.

**Wanneer de ziekte groeit:**
- Aanhoudende hoest die niet overgaat, soms met bloedverlies
- Pijn op de borst, vooral bij diep inademen of hoesten
- Kortademigheid of piepende ademhaling
- Herhaalde longontsteking of bronchitis
- Heesheid in de stem
- Vermoeidheid en gewichtsverlies
- Soms zwelling in hals of gezicht (als tumoren bloedvaten binnendringen)

**Bij verspreiding naar andere organen:**
Symptomen kunnen ontstaan die afhangen van waar de kanker zich heeft verspreid. Hoofdpijn of neurologische verschijnselen kunnen wijzen op verspreiding naar het brein; botpijn op verspreiding naar de botten.

Het is belangrijk te benadrukken dat deze symptomen ook bij andere ziekten kunnen voorkomen. Alleen een arts kan bepalen wat eraan de hand is.

Wat het betekent voor het dagelijks leven

**Lichamelijk:**
Naarmate de ziekte vordert, kan ademnood toenemen, wat activiteiten beperkt. Vermoeidheid is heel gebruikelijk en kan intensief zijn. Sommige mensen ervaren pijn, afhankelijk van waar de kanker zit. Eetlust kan afnemen, wat gewichtsverlies veroorzaakt.

**Tijdens behandeling:**
Behandelingen zoals chemotherapie, bestraling of gerichte medicijnen kunnen bijwerkingen geven: misselijkheid, haaruitval, brandende huid, concentratieproblemen. Deze effecten zijn meestal tijdelijk maar kunnen flink impact hebben op dagelijks functioneren. Afspraken in het ziekenhuis nemen veel tijd in beslag.

**Psychisch:**
De diagnose kanker brengt emotionele belasting met zich mee. Onzekerheid over de toekomst, angst en verdriet zijn normale reacties. Veel patiënten ervaren ook stress rond behandelingsbeslissingen.

**Praktisch:**
Werken kan moeilijk worden vanwege vermoeidheid of afspraken. Zorgtaken in het huishouden kunnen zwaarder vallen. Voor sommigen ontstaat financiële druk door medische kosten of verlies van inkomsten.

**Sociaal:**
Relaties kunnen veranderen; sommigen voelen zich geïsoleerd of voelen druk om "sterk" te zijn. Anderen vinden steun in vriendschappen en familierelaties.

Veel ziekenhuizen bieden steun aan: psychosociale ondersteuning, maatschappelijk werk, diëtetische begeleiding en lotgenotencontact kunnen helpen.

Vooruitzichten

Voor niet-kleincellige longkanker zijn er geen universele cijfers; het verloop verschilt sterk naar stadium en individuele factoren. Over het algemeen geldt dat vroeg ontdekte tumoren beter reageren op behandeling dan tumoren die al hebben uitgezaaid.

**Patiënten met vroeg stadium ziekte** (stadiumnummer I-II) waar chirurgische verwijdering mogelijk is, hebben beter uitzicht dan patiënten met gevorderde ziekte.

**Gevorderde ziektes** (stadiumIII-IV) hebben een moeilijker verloop, hoewel moderne behandelingen zoals immuuntherapie en gerichte medicijnen voor bepaalde soorten kanker het uitzicht hebben verbeterd.

De aanwezigheid of afwezigheid van bepaalde genetische kenmerken (mutaties) in de kankercellen speelt een grote rol. Sommige mutaties betekenen dat gerichte medicijnen goed kunnen werken; anderen niet. Dit beïnvloedt prognose en behandelingsopties sterk.

Het is onmogelijk voor een arts om voor één persoon nauwkeurig te voorspellen hoe lange iemand zal leven. Statistische overlevingscijfers beschrijven wat in het verleden is waargenomen bij groepen patiënten, maar zeggen niets over wat voor één persoon waar zal zijn.

Medische behandeling richt zich niet alleen op levensverlenging, maar ook op kwaliteit van leven. Dit gesprek met je arts is belangrijk.

Veelgestelde vragen

**Is longkanker altijd dodelijk?**
Niet per se. Het hangt af van stadium, type, genetische kenmerken en de reactie op behandeling. Sommige mensen met longkanker leven maanden, anderen jaren. Vroeg ontdekte tumoren hebben beter uitzicht. Behandelingen verbeteren voortdurend.

**Kan ik nog roken als ik longkanker heb?**
Dit is iets om zeker met je arts te bespreken. Doorgaan met roken kan het ziekteproces verergeren en complicaties veroorzaken. Veel ziekenhuizen helpen patiënten met stoppen.

**Welke behandelingen zijn er?**
Dit hangt af van het stadium, type tumor en genetische karakteristieken. Mogelijke behandelingen zijn chirurgie (verwijdering van de tumor), bestraling, chemotherapie, gerichte medicijnen (voor specifieke mutaties) en immuuntherapie. Vaak wordt een combinatie gebruikt. Je arts zal dit met je bespreken op basis van jouw situatie.

**Kan mijn familie kanker krijgen van mij?**
Nee, kanker is niet besmettelijk. Je kunt kanker niet op anderen overbrengen.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Longkanker (niet-kleincellig) vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.