alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Hersenen en zenuwstelsel

Multipele systeematrofie (MSA)

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Multipele systeematrofie (MSA)? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij multipele systeematrofie

Bij multipele systeematrofie (MSA) is er geen geneesmiddel dat de onderliggende ziekte stopt of omkeert. Behandeling richt zich daarom op het verlichten van symptomen en het behoud van kwaliteit van leven. Welke behandelingen worden ingezet, hangt af van welke symptomen op de voorgrond staan en in welke fase van de ziekte de persoon zich bevindt.

Bewegingsstoornissen (parkinsonisme en cerebellumstoornissen)

Levodopa

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Levodopa is een voorganger van dopamine (een hersenstof die ontbreekt bij parkinsonische verschijnselen). Het wordt in de hersenen omgezet in dopamine en kan tremor, stijfheid en traagheid verminderen.

Bij MSA werkt levodopa vaak minder goed dan bij de ziekte van Parkinson. Slechts een deel van de patiënten reageert erop. Veel patiënten ondervinden uiteindelijk geen voordeel meer, vooral naarmate de ziekte vordert.

Bekende bijwerkingen zijn misselijkheid, hoofdpijn, duizeligheid en soms onwillekeurige bewegingen. Deze bijwerkingen kunnen worden verminderd door gelijktijdig ander medicijn in te nemen.

Andere dopaminerge medicijnen (dopamineagonisten)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Medicijnen als ropinirol en pramipexol bootsen dopamine na en kunnen helpen tegen parkinsonische symptomen.

Ze worden soms gebruikt als eerste keuze of in combinatie met levodopa. Het effect is vaak beperkt bij MSA.

Mogelijke bijwerkingen zijn duizeligheid, slaperigheid, zwelling van voeten en benen, en soms impulscontrolestoornissen (drang tot gokken, compulsief kopen).

Amantadine

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Amantadine werktt op meerdere manieren in het brein en kan helpen tegen stijfheid en traagheid.

Het wordt soms als aanvulling op levodopa gebruikt. Het effect is doorgaans bescheiden.

Mogelijke bijwerkingen zijn verwardheid, slapeloosheid, gezwollen voeten en bloedbesmetting.

Beta-blokkers en andere middelen tegen tremor (propranolol, primidone)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen kunnen tremor verzwakken, vooral als die prominent is.

Ze worden niet speciaal voor MSA voorgeschreven, maar kunnen nuttig zijn als tremor een groot probleem vormt.

Propranolol kan vermoeidheid en lage bloeddruk geven. Primidone kan slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.

Stimulatie van het brein (diepe hersenstimulatie)

OnbewezeniGeen wetenschappelijk bewijs dat het werkt

Diepe hersenstimulatie (DBS) — het implanteren van elektroden in bepaalde hersendelen — helpt goed bij de ziekte van Parkinson. Bij MSA is het effect slecht en onbetrouwbaar, omdat de ziekte meerdere hersengebieden aantast.

Dit wordt daarom niet aanbevolen voor MSA-patiënten.

Autonoom zenuwstelsel (bloeddruk, transpiratie, blaas)

Orthostase (lage bloeddruk bij rechtop gaan staan)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Niet-medicamenteus:
- Voldoende vocht drinken
- Zout in voeding (bevordert vochtbehoud)
- Elastische kousen (voorkomen dat bloed naar benen zakt)
- Voet- en beenspanningsoefeningengen vóór rechtop gaan staan

Deze maatregelen vormen de basis van behandeling.

Medicijnen:
Middelen als midodrine (vernauwt bloedvaten) en fludrocortison (houdt vocht vast) worden voorgeschreven om de bloeddruk omhoog te brengen. Recente onderzoeken vergelijken de effectiviteit van midodrine met andere hulpmiddelen zoals buikbanden.

Mogelijke bijwerkingen van midodrine zijn hoofdpijn, tinteling en slapeloosheid. Fludrocortison kan vochtverhoud veroorzaken en tekorten aan kalium.

Aanhoudende hoge bloeddruk (hypertensie)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Paradoxaal kunnen MSA-patiënten overdag lage bloeddruk hebben maar 's nachts hoge bloeddruk.

's Avonds een laag dosis bloeddrukverlagen medicijn (doorgaans een calciumantagonist) wordt wel toegepast om nachtelijke hypertensie te voorkomen, zonder dat dit de al problematische dagbloeddruk verder verlaagt.

Overmatige zweten

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Niet-medicamenteus:
- Luchtig kleden
- Vochtinname aanpassen
- Slaapkamer koel houden

Medicijnen:
Anticholinerge middelen (zoals bepaalde antidepressiva) kunnen overmatig zweten verminderd. Hun werkzaamheid is wisselend.

Mogelijke bijwerkingen zijn droge mond, verstopping en slaperigheid.

Blaas- en darmklachten

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor urge-incontinentie (plotselinge aandrang) worden anticholinerge middelen (oxybutynine, solifenacine) gebruikt.

Bij retentie (onvoldoende ledigen) kunnen intermitterende katheterisatie of, zelden, permanente katheterisatie nodig zijn.

Voor verstopping worden osmotische laxantia (zoals macrogol) en bulkvormer gebruikt. Dit is ondersteunende zorg.

Bijwerkingen van anticholinerge middelen: droge mond, wazig zien, verstopping.

Symptomen van het cerebellum (coördinatieproblemen)

Fysieke revalidatie en logopedietherapie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Fysieke therapie gericht op balans, coördinatie en looppatroon helpt symptomen te verminderen en valrisico te verkleinen.

Logopedietherapie helpt bij spraak- en sliktechniek.

Dit zijn ondersteunende, niet-medicamenteuze behandelingen zonder directe bijwerkingen, maar vereisen inzet.

Medicamenteuze ondersteuning

Er is geen medicijn dat specifiek cerebellumsymptomen tegengaat. Soms worden middelen als buspiron of isoniazide onderzocht, maar bewijs is zwak.

Slik- en ademhalingsproblemen

Logopedietherapie en sliktechniek

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Aanpassingen in eet- en drinktechniek (langzamer eten, bepaalde consistenties) voorkomen verslikking.

Dit is een belangrijk onderdeel van zorg in latere fasen.

Voeding via sonde

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij ernstige sliktechniek kan voeding via een maagbuis (PEG-sonde) nodig worden.

Dit vergemakkelijkt voeding en vermindert verslikking, maar is een ingreep met psychologische en praktische implicaties.

Beademen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

In latere fasen kunnen ademhalingsproblemen (slapenapneu, oppervlakkige ademhaling) optreden. Niet-invasieve ventilatie (CPAP of BiPAP) kan 's nachts helpen.

Onderzoeken suggereren dat voedingsstatus en vochtinname van invloed zijn op of iemand zonder beademing kan blijven.

Experimentele en onderzoeksbehandeling

Anti-α-synucleïne therapieën

ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend

Recente studies richten zich op medicijnen die gericht het eiwitaggregaat α-synucleïne aanpakken (monoklonale antilichamen en dergelijke).

Deze bevinden zich nog in klinische onderzoeksfase. Laboratoriumstudies tonen belovende effecten, maar gebruik bij patiënten is nog beperkt.

Dit is een gebied met veel onderzoeksactiviteit, vooral ook voorbij MSA heen.

Neuroprotectieve benaderingen

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Medicijnen die ontstekingsprocessen in het brein remmen of bepaalde cellulaire veiligingsmechanismen versterken, worden onderzocht.

Dit omvat middelen die gericht zijn op mitochondriële functie, oxidatieve stress en neuroinflammatie. Meerdere Studies lopen.

Deze bevinden zich nog niet in standaardbehandeling.

Biomarkers voor prognose en ziekteverloop

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Recente onderzoeken tonen aan dat bepaalde bloedmarkers en MRI-patronen (ijzerdeposities, atrofie van bepaalde hersengebieden) voorspellend zijn voor snelheid van ziekteverloop.

Dit helpt om patiënten beter in te delen in groepen (snelle versus trage progressie), wat relevant kan zijn voor onderzoeks- en behandelplanning.

Dit is geen behandeling zelf, maar ondersteunt diagnostiek en prognose.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Multipele systeematrofie (MSA) vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.