# Behandelwijzen bij multipele systeematrofie
Bij multipele systeematrofie (MSA) is er geen geneesmiddel dat de onderliggende ziekte stopt of omkeert. Behandeling richt zich daarom op het verlichten van symptomen en het behoud van kwaliteit van leven. Welke behandelingen worden ingezet, hangt af van welke symptomen op de voorgrond staan en in welke fase van de ziekte de persoon zich bevindt.
Bewegingsstoornissen (parkinsonisme en cerebellumstoornissen)
Levodopa
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Levodopa is een voorganger van dopamine (een hersenstof die ontbreekt bij parkinsonische verschijnselen). Het wordt in de hersenen omgezet in dopamine en kan tremor, stijfheid en traagheid verminderen.
Bij MSA werkt levodopa vaak minder goed dan bij de ziekte van Parkinson. Slechts een deel van de patiënten reageert erop. Veel patiënten ondervinden uiteindelijk geen voordeel meer, vooral naarmate de ziekte vordert.
Bekende bijwerkingen zijn misselijkheid, hoofdpijn, duizeligheid en soms onwillekeurige bewegingen. Deze bijwerkingen kunnen worden verminderd door gelijktijdig ander medicijn in te nemen.
Andere dopaminerge medicijnen (dopamineagonisten)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Medicijnen als ropinirol en pramipexol bootsen dopamine na en kunnen helpen tegen parkinsonische symptomen.
Ze worden soms gebruikt als eerste keuze of in combinatie met levodopa. Het effect is vaak beperkt bij MSA.
Mogelijke bijwerkingen zijn duizeligheid, slaperigheid, zwelling van voeten en benen, en soms impulscontrolestoornissen (drang tot gokken, compulsief kopen).
Amantadine
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Amantadine werktt op meerdere manieren in het brein en kan helpen tegen stijfheid en traagheid.
Het wordt soms als aanvulling op levodopa gebruikt. Het effect is doorgaans bescheiden.
Mogelijke bijwerkingen zijn verwardheid, slapeloosheid, gezwollen voeten en bloedbesmetting.
Beta-blokkers en andere middelen tegen tremor (propranolol, primidone)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze medicijnen kunnen tremor verzwakken, vooral als die prominent is.
Ze worden niet speciaal voor MSA voorgeschreven, maar kunnen nuttig zijn als tremor een groot probleem vormt.
Propranolol kan vermoeidheid en lage bloeddruk geven. Primidone kan slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.
Stimulatie van het brein (diepe hersenstimulatie)
OnbewezeniGeen wetenschappelijk bewijs dat het werkt
Diepe hersenstimulatie (DBS) — het implanteren van elektroden in bepaalde hersendelen — helpt goed bij de ziekte van Parkinson. Bij MSA is het effect slecht en onbetrouwbaar, omdat de ziekte meerdere hersengebieden aantast.
Dit wordt daarom niet aanbevolen voor MSA-patiënten.
Autonoom zenuwstelsel (bloeddruk, transpiratie, blaas)
Orthostase (lage bloeddruk bij rechtop gaan staan)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Niet-medicamenteus:
- Voldoende vocht drinken
- Zout in voeding (bevordert vochtbehoud)
- Elastische kousen (voorkomen dat bloed naar benen zakt)
- Voet- en beenspanningsoefeningengen vóór rechtop gaan staan
Deze maatregelen vormen de basis van behandeling.
Medicijnen:
Middelen als midodrine (vernauwt bloedvaten) en fludrocortison (houdt vocht vast) worden voorgeschreven om de bloeddruk omhoog te brengen. Recente onderzoeken vergelijken de effectiviteit van midodrine met andere hulpmiddelen zoals buikbanden.
Mogelijke bijwerkingen van midodrine zijn hoofdpijn, tinteling en slapeloosheid. Fludrocortison kan vochtverhoud veroorzaken en tekorten aan kalium.
Aanhoudende hoge bloeddruk (hypertensie)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Paradoxaal kunnen MSA-patiënten overdag lage bloeddruk hebben maar 's nachts hoge bloeddruk.
's Avonds een laag dosis bloeddrukverlagen medicijn (doorgaans een calciumantagonist) wordt wel toegepast om nachtelijke hypertensie te voorkomen, zonder dat dit de al problematische dagbloeddruk verder verlaagt.
Overmatige zweten
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Niet-medicamenteus:
- Luchtig kleden
- Vochtinname aanpassen
- Slaapkamer koel houden
Medicijnen:
Anticholinerge middelen (zoals bepaalde antidepressiva) kunnen overmatig zweten verminderd. Hun werkzaamheid is wisselend.
Mogelijke bijwerkingen zijn droge mond, verstopping en slaperigheid.
Blaas- en darmklachten
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Voor urge-incontinentie (plotselinge aandrang) worden anticholinerge middelen (oxybutynine, solifenacine) gebruikt.
Bij retentie (onvoldoende ledigen) kunnen intermitterende katheterisatie of, zelden, permanente katheterisatie nodig zijn.
Voor verstopping worden osmotische laxantia (zoals macrogol) en bulkvormer gebruikt. Dit is ondersteunende zorg.
Bijwerkingen van anticholinerge middelen: droge mond, wazig zien, verstopping.
Symptomen van het cerebellum (coördinatieproblemen)
Fysieke revalidatie en logopedietherapie
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Fysieke therapie gericht op balans, coördinatie en looppatroon helpt symptomen te verminderen en valrisico te verkleinen.
Logopedietherapie helpt bij spraak- en sliktechniek.
Dit zijn ondersteunende, niet-medicamenteuze behandelingen zonder directe bijwerkingen, maar vereisen inzet.
Medicamenteuze ondersteuning
Er is geen medicijn dat specifiek cerebellumsymptomen tegengaat. Soms worden middelen als buspiron of isoniazide onderzocht, maar bewijs is zwak.
Slik- en ademhalingsproblemen
Logopedietherapie en sliktechniek
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Aanpassingen in eet- en drinktechniek (langzamer eten, bepaalde consistenties) voorkomen verslikking.
Dit is een belangrijk onderdeel van zorg in latere fasen.
Voeding via sonde
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bij ernstige sliktechniek kan voeding via een maagbuis (PEG-sonde) nodig worden.
Dit vergemakkelijkt voeding en vermindert verslikking, maar is een ingreep met psychologische en praktische implicaties.
Beademen
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
In latere fasen kunnen ademhalingsproblemen (slapenapneu, oppervlakkige ademhaling) optreden. Niet-invasieve ventilatie (CPAP of BiPAP) kan 's nachts helpen.
Onderzoeken suggereren dat voedingsstatus en vochtinname van invloed zijn op of iemand zonder beademing kan blijven.
Experimentele en onderzoeksbehandeling
Anti-α-synucleïne therapieën
ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend
Recente studies richten zich op medicijnen die gericht het eiwitaggregaat α-synucleïne aanpakken (monoklonale antilichamen en dergelijke).
Deze bevinden zich nog in klinische onderzoeksfase. Laboratoriumstudies tonen belovende effecten, maar gebruik bij patiënten is nog beperkt.
Dit is een gebied met veel onderzoeksactiviteit, vooral ook voorbij MSA heen.
Neuroprotectieve benaderingen
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Medicijnen die ontstekingsprocessen in het brein remmen of bepaalde cellulaire veiligingsmechanismen versterken, worden onderzocht.
Dit omvat middelen die gericht zijn op mitochondriële functie, oxidatieve stress en neuroinflammatie. Meerdere Studies lopen.
Deze bevinden zich nog niet in standaardbehandeling.
Biomarkers voor prognose en ziekteverloop
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Recente onderzoeken tonen aan dat bepaalde bloedmarkers en MRI-patronen (ijzerdeposities, atrofie van bepaalde hersengebieden) voorspellend zijn voor snelheid van ziekteverloop.
Dit helpt om patiënten beter in te delen in groepen (snelle versus trage progressie), wat relevant kan zijn voor onderzoeks- en behandelplanning.
Dit is geen behandeling zelf, maar ondersteunt diagnostiek en prognose.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._