alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Zeldzame en erfelijke aandoeningen

Erfelijke ATTR-amyloïdose

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Erfelijke ATTR-amyloïdose? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij erfelijke ATTR-amyloïdose

De behandeling van erfelijke ATTR-amyloïdose is gericht op het vertragen of stilleggen van de schadelijke eiwitstapeling en het verlichten van symptomen. De afgelopen jaren zijn meerdere geneesmiddelen goedgekeurd die op verschillende punten in het ziekteproces ingrijpen. Welke behandeling geschikt is, hangt af van het type ATTR (zenuwvorm of hartspierform), het stadium van de ziekte en hoe ver deze al is gevorderd.

Stabilisatoren van transthyretine-eiwit

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen werken als een soort 'stabilisator' voor het transthyretine-eiwit in het bloed. Het normale eiwit wordt normaal gesproken geproduceerd in de lever en vervoert vitamine A en andere stoffen door het lichaam. Bij erfelijke ATTR is dit eiwit echter door een mutatie misvormd en geneigd om te verkruimelen en vast te groeien aan weefsels.

Stabilisatoren voorkomen deze verkruimeling door het eiwit in z'n goede vorm te houden. Dit betekent dat er minder misvormd eiwit beschikbaar is voor stapeling in zenuwen, hart of andere organen. Stabilisatoren kunnen het ziekteproces vertragen, vooral wanneer ze in een vroeg stadium van de ziekte worden ingezet.

Bekende bijwerkingen zijn meestal mild en kunnen hoofdpijn, misselijkheid en maagklachten omvatten. Ook kunnen voeten en benen gezwollen worden. Deze verschijnselen treden niet bij iedereen op en zijn doorgaans voorbijgaand.

Knockdown-therapieën (RNA-remmers)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze geneesmiddelen werken in de lever, waar transthyretine-eiwit wordt aangemaakt. Ze remmen de aanmaak van het eiwit, zodat er minder misvormd eiwit in het bloed komt en dus minder wordt opgestapeld in het lichaam.

Er zijn twee soorten: antisense-oligonucleotiden (ASO's) en kleine interfererende RNA's (siRNA's). ASO's werken door de boodschap die de cellen gebruiken om het eiwit te maken, onschadelijk te maken. siRNA's gebruiken een soortgelijk systeem. Beide zijn zeer effectief en kunnen het ziekteproces aanzienlijk vertragen of zelfs stilzetten, vooral in vroege stadia.

Deze middelen worden meestal ingespoten onder de huid of in een ader. De bijwerkingen hangen af van de specifieke stof, maar kunnen ontstekingsreacties op de injectieplaats, nachtelijke zweetaanvallen, vermoeidheid en zenuwbeschadiging omvatten. Sommige mensen merken vochtopbouw op. Bij regelmatig gebruik is laboratoriumcontrole nodig om de werking van nieren en lever te volgen.

Deze therapieën zijn bijzonder belangrijk voor patiënten in vroege stadia van de ziekte, omdat ze het vooruitgaan kunnen voorkomen of sterk kunnen vertragen.

Biologische afbraaktherapieën

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Deze nieuwere benaderingen zijn gericht op het verwijderen of afbreken van amyloïde-eiwitstapelingen die al in weefsels zitten. Ze werken anders dan stabilisatoren of knockdown-therapieën: zij proberen het probleem dat al ontstaan is, aan te pakken.

Eén benadering gebruikt antistoffen die zich aan amyloïde hechten en zo het afbreken ervan bevorderen. Deze therapieën bevinden zich in klinische proeven en hebben tot nu toe veelbelovende resultaten laten zien, vooral voor patiënten met hartbetrokkenheid.

Bekende bijwerkingen uit vroege studies omvatten infusie-gerelateerde reacties (zoals koude rillingen en kortademigheid), vermoeidheid en kopijn. Onderzoek naar langetermijnveiligheid loopt nog.

Ondersteunende behandeling van hartsymptomen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor patiënten met hartamyloïdose kunnen bepaalde geneesmiddelen helpen het hart beter te laten pompen en vochtretentie te verminderen. Dit betreft onder meer middelen die de bloeddruk helpen reguleren en hartritmestoornissen kunnen bestrijden.

Deze middelen werken niet in op het amyloïde zelf, maar verhelpen de gevolgen ervan. Ze worden ook bij andere hartproblemen gebruikt en zijn goed onderzocht.

Bijwerkingen zijn afhankelijk van de specifieke stof, maar kunnen duizeligheid, vermoeidheid en verstoorde elektrolytenbalans omvatten.

Behandeling van hartritmestoornissen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Veel patiënten met ATTR-hartamyloïdose krijgen hartritmestoornissen, vooral atriumfibrilleren (onregelmatige hartslag). Geneesmiddelen kunnen het hartritme stabiliseren, of in bepaalde gevallen kan cathetertechnieken (waarbij langs een katheter kunstmatig litteken wordt aangebracht in het hartweefsel) helpen.

Catheertechnieken zijn een specialistische ingreep die in tertiaire centra wordt uitgevoerd, gericht op het afleiden van abnormale elektrische signalen.

Bijwerkingen van medicijnen kunnen verstoringen van electolyten omvatten; catheterablatierisico's omvatten infectie, beschadiging van hartwanden en tamponade (vulling van de hartzak).

Voedings- en slokdarmzorg

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor patiënten waarbij de slokdarm en maag zijn aangedaan, kunnen diëtische aanpassingen en begeleiding door een voedings-specialist helpen voedselinname veilig en comfortabel te houden.

Dit kan bestaan uit aangepaste voeding (zachter, nat of gemalen voedsel), logopedische begeleiding en soms medische hulpmiddelen. In ernstige gevallen kunnen voedingsupsplementen of kunstmatige voeding nodig zijn.

Bijwerkingen zijn niet van toepassing; dit zijn ondersteunende maatregelen.

Neuropathische symptoombestrijding

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor patiënten met zenuwbetrokkenheid kunnen medicijnen helpen pijn, tintelingen en andere ongemakken te verminderen. Dit kunnen pijnstillers, zenuwversterkende middelen of lokale therapieën zijn (bijvoorbeeld pleister of zalf).

Deze behandelingen verhelpen niet het onderliggende amyloïde probleem, maar verbeteren het dagelijks comfort aanzienlijk.

Bekende bijwerkingen verschillen per middel en kunnen duizeligheid, slaperigheid, maagklachten en in zeldzame gevallen ernstigere gevolgen omvatten.

Psychologische en psychosociale ondersteuning

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Leven met een progressieve aandoening kan psychisch belastend zijn. Begeleiding door psychologen en maatschappelijk werkers helpt patiënten en families met het verwerken van de diagnose, het omgaan met onzekerheid en het plannen van de toekomst.

Dit is geen medicijnbehandeling, maar een essentieel onderdeel van zorgverlening.

Volgen van de ziekte en tussentijdse aanpassingen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Regelmatig onderzoek (bloedonderzoeken, hartfilms, zenuwstudies) helpt artsen te zien hoe de ziekte verloopt en of de behandeling aanslaat. Hieruit kan blijken of het huidige behandelplan moet worden aangepast.

Artsen kunnen bijvoorbeeld een stabilisator toevoegen, overstappen op een knockdown-therapie, of aanvullende medicijnen starten tegen symptomen.

Dit is onderdeel van standaardzorg en heeft geen bijwerkingen op zich.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Erfelijke ATTR-amyloïdose vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.