# Behandelwijzen bij non-hodgkinlymfoom
De behandeling van non-hodgkinlymfoom verschilt sterk naar type, stadium en individuele omstandigheden. Onderstaand volgt een overzicht van de belangrijkste behandelrichtingen per categorie. Veel patiënten ontvangen combinaties van deze methoden.
Chemotherapie
De chemotherapie bestaat meestal uit verschillende stoffen die tegelijk of in sequence worden gegeven. De meest bekende combinatie voor agressieve vormen (zoals diffuus grootcellig B-cellymfoom) is CHOP: cyclophosphamide, doxorubicine, vincristine en prednison. Voor minder agressieve lymfomen worden soms andere combinaties gebruikt.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Chemotherapie werkt door sneldeliggende cellen (waaronder kankercellen) te beschadigen. De bijwerkingen kunnen onder meer zijn: misselijkheid en braken, haaruitval, vermoeidheid, verhoogde infectiekans door lagere witte-bloedcelcijfers, en bloedingen door laagere trombocyten. Deze bijwerkingen zijn doorgaans vooraf bekend en worden ondersteund. Sommige chemotherapiemiddelen kunnen op langere termijn invloed hebben op het hart of vruchtbaarheid; dit wordt altijd vooraf besproken.
Rituximab en rituximab-achtige middelen
Rituximab is een antilichaam dat zich richt tegen CD20, een eiwit op B-cellen. Het wordt veel gebruikt, zowel samen met chemotherapie als alleen. Soortgelijke middelen zijn obinutuzumab en ofatumumab.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze middelen helpen het immuunsysteem tumorcellen beter herkennen en vernietigen. Ze kunnen worden gegeven als infusie (intraveneus) of injectie. Veel voorkomende bijwerkingen zijn reacties rond de infusie (koorts, rillingen, kortademigheid), vooral bij de eerste toediening. Het immuunsysteem kan tijdelijk verzwakt zijn, wat infecties kan veroorzaken. In enkele gevallen kan een ernstige heractivering van bepaalde virussen (zoals hepatitis B) plaatsvinden.
Bispecifieke antilichamen (checkpoint-inhibitors van het type bispecific)
Epcoritamab en soortgelijke middelen koppelen tumorcellen aan T-cellen van de patiënt zelf, waardoor het lichaam eigen immuuncellen beter inzet.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in recidief/refractaire ziekte)
Deze middelen helpen het lichaam's T-lymfocyten de kankercellen aan te vallen. Bijwerkingen kunnen zijn: cytokinewerkingssyndroom (koorts, rillingen, kortademigheid, bloeddrukdaling), neurotoxiciteit, en infecties. Deze bijwerkingen kunnen ernstig zijn en worden nauwlettend gemonitord, zeker in het begin van de behandeling.
CAR-T-celtherapie
Dit is een geavanceerde vorm van immuuntherapie waarbij T-cellen van de patiënt in het laboratorium genetisch worden aangepast zodat ze tumorcellen beter kunnen herkennen. Ze worden vermenigvuldigd en teruggegeven aan de patiënt.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in recidief/refractaire ziekte)
CAR-T-cellen vermenigvuldigen zich in het lichaam en vallen tumorcellen aan. Veel voorkomende bijwerkingen zijn cytokinewerkingssyndroom (vergelijkbaar met ernstige griep: koorts, schudden, kortademigheid, zeer lage bloeddruk) en neurotoxiciteit (verwarring, krampen, bewustzijnsverlies in ernstige gevallen). Deze kunnen aan het begin heftig zijn maar nemen meestal af. Ook kunnen bestaande immuuncellen (gezonde B-cellen) worden beschadigd, wat aanvullingen met antilichamen nodig kan maken. CAR-T-therapie vereist opname en intensieve monitoring.
BTK-inhibitoren
Bruton-tyrosinekinase-inhibitoren (ibrutinib, acalabrutinib, zandelisib) blokkeren een eiwit dat B-lymfocyten nodig hebben om te overleven.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(vooral in bepaalde types zoals lymfocytische lymfoom)
Deze pillen remmen tumorgroei door signaalpaden in kankercellenuit te schakelen. Bijwerkingen kunnen zijn: diarree, vermoeidheid, infecties, bloedingen (ook klein bloedingen in neus of tandvlees), en hartritmestoornissen. Sommige patiënten krijgen ook bloedstolsels. De dosis en duur hangen af van reactie en verdraagbaarheid.
Venetoclax en BCL2-inhibitoren
Venetoclax blokkeert een eiwit (BCL2) dat kankercellen helpt te overleven.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in combinatie met andere middelen)
Deze middelen dwingen tumorcellen tot geprogrammeerde celdood. Bijwerkingen kunnen zijn: diarree, infecties (vooral vroeg in de behandeling, wanneer tumorcel-afbraakproducten vrijkomen), vermoeidheid, en laag aantal bloedcellen. Tumorlysissyndroom (acute verstoring door snelle celdood) kan optreden en vereist voorbereiding en monitoring.
Bendamustine
Bendamustine is een chemotherapie-achtige stof met zowel klassieke als immuun-werkingsmechanismen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Dit middel beschadigt DNA in cellen en activeert immuuncellen. Bijwerkingen vergelijken met die van klassieke chemotherapie: misselijkheid, vermoeidheid, lage bloedcelcijfers, infectiekans. Soms treden huidreacties op waar infuus wordt gegeven.
Straling
Voor bepaalde vormen en stadia wordt soms bestralingtherapie gegeven, vooral gericht op geïsoleerde lymfeklieren of bulkziekte.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bestraling beschadigt kankercellen ter plaatse. Lokale bijwerkingen zijn mogelijk (huidirritatie, vermoeidheid, slijmvliesontsteking als keel of slokdarm betrokken is). Op lange termijn is er risico op tweede tumoren en hartproblemen als grote delen van de borst of buik bestraald worden.
HDV- en SVD-regime (doseringsintensieve chemo met stamcelstransplantatie)
Bij bepaalde soorten en recidieven wordt intensieve chemotherapie gegeven, met reinfusie van eigen of donor-stamcellen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in geselecteerde patiënten)
Deze aanpak probeert maximale tumorcontrole te bereiken. Bijwerkingen zijn aanzienlijk: zeer lage bloedcijfers (met transfusiebehoefte en infectiekans), slijmvliesontsteking, diarree, en ernstige vermoeidheid. Bij allotransplantatie (donor-stamcellen) komt graft-versus-host-disease voor: het donor-immuunsysteem valt het lichaam van de ontvanger aan. Dit kan maanden tot jaren duren en invloed hebben op huid, spijsvertering en longen.
Immuuncheckpoint-inhibitoren (PD-1/PD-L1-blokkers)
Nivolumab, pembrolizumab en andere middelen blokkeren remmende signalen zodat het immuunsysteem tumoren beter aanvalt.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Tot **Bewezen** (afhankelijk van type en context)
Deze middelen helpen het lichaam eigen afweercellen te activeren. Bijwerkingen ontstaan doordat het immuunsysteem overactief kan worden: ontstekingen in longen, lever, nieren, darm, schildklier, of hersenen kunnen voorkomen. Ook huidreacties, vermoeidheid en gewrichtspijn zijn beschreven. Deze bijwerkingen kunnen ernstig zijn maar reageren vaak op stereoïden of pauze van behandeling.
Brentuximab vedotin
Dit is een geconjugeerd antilichaam (antibody-drug conjugate) dat zich richt tegen CD30.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in CD30-positieve types)
Het middel bevat zowel een herkenningsmotor (antilichaam) als een toxine dat tumorcellen vernietigt. Bijwerkingen zijn onder meer perifere neuropathie (tintelingen, zwakte in handen en voeten), vermoeidheid, infecties, en huidreacties. Neuropathie kan soms langdurig zijn.
Lenalidomide en immuunmodulatoren
Lenalidomide stimuleert het immuunsysteem en verstoort tumorgroei.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
(in bepaalde types, soms in combinatie)
Dit middel vergroot T-celactivering en vermindert bloedvatnieuwvorming rond tumoren. Bijwerkingen kunnen zijn: vermoeidheid, constipatie, neuropathie, verhoogde infectiekans, en risico op bloedstolsels. Zwanger worden is onmogelijk (teratogeen).
Experimentele benaderingen en onderzoeksmedicijnen
Verschillende nieuwe middelen zijn in onderzoek, waaronder:
- Multi-antigeen CAR-T-cellen (richten zich op meerdere targets tegelijk)
- NK-cel therapie (natuurlijke killercellen van donor, mogelijk uit navelstrengbloed)
- Nieuwe BTK- en BCL2-inhibitoren
- Combinaties van immuuncheckpoint-inhibitoren
ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend
Deze medicijnen zijn nog in klinische studies. Patiënten kunnen zich aanmelden voor proeven als standaardbehandeling niet helpt of is uitgeput. Voordeel is potentieel nieuwe werkzaamheid; nadeel is onzekerheid over bijwerkingen.
Ondersteunende zorg
Naast tumorgerichte behandeling is veel steun belangrijk:
- **Infectieprofylaxe**: antibiotica, antivirale middelen of schimmelmiddelen om infecties te voorkomen
- **Transfusies**: rode bloedcellen, bloedplaatjes bij ernstige tekorten
- **Groeifactoren**: middelen om witte-bloedcelproductie te stimuleren
- **Antibraking**: medicijnen tegen misselijkheid
- **Pijnbestrijding**: pijnstillers, soms sterkere middelen
- **Psychosociale ondersteuning**: gesprekken, maatschappelijk werk, soms antidepressiva
Deze vormen van zorg zijn onderdeel van elk behandelplan.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._