# Behandelwijzen bij nierkanker
De behandeling van nierkanker hangt sterk af van hoe ver de ziekte is gevorderd, de grootte en ligging van de tumor, en hoe goed het hart, de nieren en andere organen werken. Dit tabblad beschrijft de reguliere behandelingen per stadium.
Operatief verwijderen (alle stadia)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Chirurgische verwijdering van de tumor is voor veel patiënten de eerste stap. De chirurg kan de hele nier verwijderen (nefrectomie) of, als de tumor klein is en op één plek zit, alleen het getroffen deel (partiële nefrectomie). Soms wordt ook umliegend weefsel of nabijgelegen lymfeklieren verwijderd, vooral als wordt vermoed dat de kanker zich heeft uitgebreid.
De operatie gebeurt onder algehele verdoving. Complicaties kunnen buikbloedingen, infecties of beschadiging van buurorganen zijn. Na operatie is herstel meestal nodig van enkele weken tot maanden, afhankelijk van de omvang van de ingreep. Het verlies van één nier – als die nog goed werkt – beperkt de nierfunctie meestal niet veel, omdat de andere nier vaak genoeg kan compenseren.
Wanneer tumor zich in de nier-bloedvat of verder heeft uitgebreid, kan de operatie complexer zijn en langer duren. Uit recente onderzoeken blijkt dat goede planning met imaging (zoals MRI) voor de operatie helpt om het beste chirurgische plan te bepalen.
Immuuntherapie (geavanceerd stadium)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bij kanker die zich heeft uitgebreid naar andere lichaamsdelen (metastasen) of niet kan worden geopereerd, worden immuuntherapieën veel gebruikt. Deze medicijnen helpen het lichaamseigen afweersysteem de kankercellen beter te herkennen en aan te vallen.
De meest voorkomende immuuntherapieën bij nierkanker zijn checkpoint-inhibitoren. Deze blokkeren bepaalde remmen op immuuncellen, zodat deze beter kunnen werken. Ze worden meestal via infuus toegediend. Bekende bijwerkingen zijn vermoeidheid, huiduitslag, gewrichts- of spierpijn, en minder frequent ontstekingsreacties in longen, lever of darm. Deze bijwerkingen kunnen soms ernstig zijn en vereisen nauwe monitoring door de behandelaar.
Immuuntherapie werkt niet bij iedereen even goed. Soms wordt immuuntherapie gecombineerd met gericht medicijn (zie onder) om het effect te versterken. Recent onderzoek toont aan dat bepaalde genetische kenmerken van de tumor kunnen voorspellen wie beter reageert op immuuntherapie.
Gericht medicijn tegen groeifactoren (geavanceerd stadium)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze klasse medicijnen remt eiwitten die tumorcellen helpen groeien en zich van voeding te voorzien (via nieuw bloedvat). Ze worden meestal als pil ingenomen.
De meest gebruikte zijn tyrosinekinaseremmer (TKI). Deze blokkeren eiwitten die signalen doorgeven voor celgroei. Bekende bijwerkingen zijn hoge bloeddruk, diarree, vermoeidheid, hand-voet-huidreacties (roodheid en pijn in handen en voeten), en afname van blanke bloedcellen. Deze medicijnen kunnen ook de schildklier aantasten.
Een ander gericht medicijn is mTOR-remmer (everolimus). Dit blokkeert een eiwit dat kankercelgroei stimuleert. Bijwerkingen zijn mond-zweren, longontsteking, hoge bloedsuiker, en afname van bloedcellen.
Deze gericht medicijnen worden vaak na immuuntherapie gebruikt, of in combinatie. Uit recente studies blijkt dat bepaalde combinaties (bijvoorbeeld lenvatinib plus pembrolizumab) effectief kunnen zijn, hoewel bijwerkingen intensiever kunnen zijn.
Combinatietherapie: immuun- en gericht medicijn (geavanceerd stadium)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Voor patiënten met uitgebreide nierkanker wordt regelmatig een combinatie van immuuntherapie en gericht medicijn gebruikt, vooral als eerste behandeling. Dit kan beter werken dan één medicijn alleen.
De combinatie van twee immuuntherapieën (twee checkpoint-inhibitoren) is bijvoorbeeld bewezen effectief. Ook combinaties van immuuntherapie met TKI (zoals bevacizumab, een middel tegen bloedvataangroei, plus immuuntherapie) worden veelvuldig toegepast.
Bijwerkingen kunnen cumulatief zijn: vermoeidheid, diarree, hoge bloeddruk, huid- en ontstekingsreacties kunnen allemaal optreden. Soms moet de dosis worden aangepast of een medicijn uit de combinatie gestopt als bijwerkingen te ernstig worden. Regelmatig contact met de behandelaar is essentieel om dit goed in balans te houden.
Neoadjuvante therapie (voor operatie, speciaal geval)
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
In bepaalde situaties – wanneer de tumor groot is of dicht tegen belangrijke bloedvaten zit – kan immuun- of gericht medicijn gegeven worden vóór de operatie, om de tumor kleiner te maken en de operatie veiliger te maken.
Dit wordt neoadjuvante therapie genoemd. Onderzoeken lopen nog naar welke patiënten hier het meest baat bij hebben en welke medicijnkombinaties het beste werken. Voorlopige resultaten zijn positief, maar dit is nog geen standaardbehandeling voor alle patiënten.
Adjuvante therapie (na operatie, preventief)
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Sommige patiënten krijgen na succesvolle operatie medicijnen, om het risico op terugkeer of uitzaaiingen te verkleinen.
Dit kan immuuntherapie (checkpoint-inhibitoren) of gericht medicijn zijn. Recente studies tonen aan dat bepaalde patiënten – vooral die met tumoren met bepaalde risicofactoren (grote grootte, agressieve vorm) – baat kunnen hebben bij adjuvante immuuntherapie.
Bijwerkingen zijn dezelfde als bij reguliere toepassing van deze medicijnen. De behandeling duurt meestal maanden. Of dit echt leidt tot langere overleving, wordt nog onderzocht; dit is dus nog geen standaard voor iedereen.
Observatie van kleine tumoren
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Wanneer een kleine niertumore per toeval wordt gevonden (kleiner dan 4 centimeter) en de patiënt geen klachten heeft, kan gekozen worden voor 'active surveillance': regelmatig beeldvorming (CT of echografie) om te zien of de tumor groeit, zonder meteen te opereren.
Dit helpt overbehandeling te voorkomen, want veel kleine tumoren groeien heel langzaam of niet. Mocht de tumor toch groeien, kan alsnog worden behandeld. Dit vergt wel goed contact met de specialist en afspraken om niet uit controle te raken.
Lokale minimaal-invasieve behandelingen
Onderzocht tot Bewezen
Voor kleine tumoren kunnen soms alternatieven voor volledige chirurgie worden overwogen:
- **Radiofrequentieablatie (RFA)**: een sonde wordt in de tumor gebracht en verwarmt deze. Dit doodt tumorcellen door hitte.
- **Cryotherapie**: diepvriezing van de tumor met stikstof via een sonde.
Deze behandelingen kunnen onder locale verdoving en vooral via beeldgestuurde punctie. Bijwerkingen zijn over het algemeen minder dan bij open chirurgie. Lange-termijnresultaten zijn goed voor zeer kleine tumoren; voor grotere tumoren is chirurgie meestal zeker.
Experimentele benaderingen
Aan nieuwere behandelingen voor nierkanker wordt veel gewerkt, onder andere in klinische studies:
- **Andere immuuntherapieën**: nieuwe soorten checkpoint-inhibitoren en CAR-T-celtherapie (waarbij immuuncellen genetisch worden aangepast).
- **Cuproptose-richtingen**: dit is een nieuw soort celdood die kankercellen kunnen worden aangejaagd via andere routes dan standaardtherapie.
- **Nanopartikelbenaderingen**: het gebruik van nanodeeltjes om medicijnen beter in tumorcellen af te leveren.
Deze zijn nog in studieën; beschikbaarheid is beperkt tot deelneming aan onderzoeksprogramma's.
Aanvullende ondersteunende maatregelen
Onafhankelijk van de primaire behandeling krijgen patiënten vaak ondersteuning voor bijwerkingen en algemeen welzijn:
- Nutritionele begeleiding (omdat sommige medicijnen de eetlust aantasten).
- Behandeling van hoge bloeddruk, ontstekingsreacties of andere complicaties.
- Psychologische ondersteuning en gesprekken over leefstijl.
- Regelmatige controle van nierfunctie en bloedwaarden.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._