# Behandelwijzen bij multipel myeloom
De behandeling van multipel myeloom is sterk veranderd in de afgelopen jaren. Waar vroeger chemotherapie en stamceltransplantatie de hoeksteen waren, beschikt men nu over veel meer mogelijkheden. De keuze hangt af van je leeftijd, algehele gezondheid, risicoprofiel van de ziekte, en hoe goed je lichaam reageert op eerdere behandelingen.
Chemotherapie en proteasoomremmers
Proteasoomremmers vormen sinds ongeveer twee decennia een sterke pijler in de behandeling. Ze werken door een specifiek enzym (de proteasoom) in kankercellen te blokkeren, waardoor schadelijke eiwitten zich ophopen en de cel sterft. Ze worden vaak gecombineerd met andere middelen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Proteasoomremmers zoals bortezomib worden in veel behandelschema's gebruikt, vooral in combinatie met corticosteroïden en immunomodulerende middelen. Bekende bijwerkingen zijn zenuwpijn in handen en voeten, diarree, vermoeidheid en verhoogd infectierisico. Bij intraveneuze toediening kunnen reacties op de injectieplaats optreden.
Traditionele chemotherapie (bijvoorbeeld melfalan) wordt minder vaak als eerste lijn gebruikt dan vroeger, maar speelt nog altijd een rol bij voorbereiding op stamceltransplantatie en in bepaalde combinatiebehandelingen. Bijwerkingen zijn uitval van beenmerg, infecties, misselijkheid en langetermijnrisico's.
Immunomodulatoren
Deze middelen helpen het immuunsysteem om myeloomcellen beter te herkennen en aan te vallen. Ze zijn vaak onderdeel van combinatiebehandelingen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Immunomodulatoren (IMiD's) zoals lenalidomide en pomalidomide worden routinematig ingezet. Ze verhogen de kans dat je immuuncellen tegen myeloomcellen gaan werken. Bekende bijwerkingen zijn bloedarmoede, verhoogd risico op bloedstolsels, vermoeidheid en (zelden) zenuwpijn. Ze vragen om regelmatig controle van bloedwaarden.
Corticosteroïden
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Corticosteroïden (vooral dexamethason en prednison) worden in bijna elke combinatie gebruikt. Ze helpen myeloomcellen dood te gaan en dempen tegelijk ontstekingsreacties. Ze werken snel, wat belangrijk is in acute fases. Langdurig gebruik brengt risico's met zich mee: botontkalking, verhoogde infectiegevoeligheid, suikerziekteachtige verschijnselen en stemmingswisselingen.
Stamceltransplantatie (SCT)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bij stamceltransplantatie wordt eerst een remissie bereikt met chemotherapie en andere middelen, daarna worden je eigen stamcellen verzameld. Je krijgt vervolgens een hoge dosis melfalan, en je stamcellen worden terug ingespoten om je beenmerg opnieuw op te bouwen. Dit kan aanzienlijke bijwerkingen hebben: sterke misselijkheid, diarree, mondontsteking, infectierisico's en (zelden) long- of hartschade. Na transplantatie duurt herstel weken tot maanden. Stamceltransplantatie wordt vooral bij jongere patiënten toegepast en kan het ziektevrije interval verlengen.
Monoklonale antilichamen
Deze eiwitten helpen je immuunsysteem om specifieke punten op myeloomcellen te herkennen en uit te schakelen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Antilichamen gericht tegen CD38 (zoals daratumumab) of BCMA worden breed toegepast. Bijwerkingen kunnen infecties (door onderdrukking van bepaalde antilichaamproductie), vermoeidheid en infusiecytokinefreisyndroom zijn – een reactie met koorts en griepachtige klachten, vooral bij eerste infusies. Bij bepaalde antilichamen worden preventieve maatregelen genomen om dit te voorkomen.
Bispecifieke T-cel-engagers (BiTE's)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Nieuwere middelen zoals teclistamab en linvoseltamab zijn bispecifieke antilichamen die je T-cellen rechtstreeks koppelen aan myeloomcellen. Ze hebben aangetoond aanzienlijke respons te bereiken, ook bij zeer moeilijk te behandelen ziekte. Een belangrijke bijwerking is cytokinefreisyndroom – een ernstige ontstekingsreactie met koorts, bloeddrukdaling en (zelden) multi-organfalen, vooral bij hogere ziektelast. Dit wordt nauwlettend gemonitord, soms met preventieve infusies van tocilizumab om de reactie af te zwakken. Ook infecties, vermoeidheid en hersenletsels (ICANS, immunoeffektor-cellen-geassocieerd neurotoxiciteit) zijn mogelijke bijwerkingen waar actief op wordt gelet.
Gerichtere therapieën en moleculaire targeting
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Onderzoeken richten zich op het blokkeren van specifieke genetische afwijkingen die de myeloomcellen voortdrijven. Voorbeelden zijn middelen gericht tegen bepaalde signaalroutes binnen de cel. Deze worden vooral in klinische onderzoeken toegepast en kunnen toekomstige standaardbehandelingen worden naarmate meer onderzoeksgegevens beschikbaar komen.
Ondersteuning bij bijwerkingen
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Behandeling van bijwerkingen is een essentieel onderdeel. Dit omvat onder meer:
- Antibiotica en antivirale middelen ter voorkoming van infecties
- Middelen tegen bloedarmoede (bijvoorbeeld erythropoëse-stimulerende agentia)
- Medicijnen tegen misselijkheid en braken
- Maatregelen ter voorkoming van bloedstolsels (antitrombose)
- Pijnbestrijding
- Ondersteuning van nierfunctie (vooral belangrijk omdat myeloom de nieren kan beschadigen)
Deze ondersteunende zorg is essentieel voor het toestaan van optimale tumorbehandeling.
Intensiteit en fasen
In de eerste fase (nieuw gediagnostiseerd myeloom) wordt vaak geopteerd voor een intensief schema met het oog op stamceltransplantatie (vooral bij jongere patiënten) of voor minder intensive combinaties (vooral bij ouderen of met ernstige bijkomende aandoeningen). Daarna volgt onderhoudstaerapie om recidief uit te stellen.
Zodra de ziekte terugkomt na behandeling (recidief), worden vaak andere middelen geprobeerd. Als myeloom bestand wordt tegen meerdere middelen (refractair), kunnen bispecifieke antilichamen, CAR-T-celtherapie of onderzoeksbehandelingen een optie zijn.
CAR-T-celtherapie
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling in enkele landen Bewezen
CAR-T-celtherapie is een relatief nieuwe benadering waarbij je T-cellen buiten je lichaam genetisch worden aangepast zodat ze myeloomcellen kunnen herkennen en vernietigen. Ze worden teruggezet zodat ze in je lichaam blijven werken. Bekende bijwerkingen zijn cytokinefreisyndroom en neurotoxiciteit. Dit is een zeer specialistische en intensieve benadering die alleen in gespecialiseerde centra wordt toegepast en vooral voor zeer moeilijk geneesbare ziekte.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._