alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Infectieziekten

Hiv en aids

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Hiv en aids? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij HIV en AIDS

De behandeling van HIV is sterk veranderd in de afgelopen decennia. Waar HIV vroeger snel tot AIDS en overlijden leidde, is het nu voor veel mensen een chronische aandoening geworden die goed onder controle kan worden gehouden. Dit tabblad beschrijft de behandelingen die tijdens verschillende stadia van HIV-infectie worden toegepast.

Antiretrovirale therapie (ART)

De hoeksteen van HIV-behandeling is antiretrovirale therapie: medicijnen die voorkomen dat het virus zich vermenigvuldigt. Deze therapie wordt meestal gegeven als een combinatie van minstens drie verschillende medicijnen uit verschillende klassen, omdat het virus anders snel resistentie kan ontwikkelen.

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Antiretrovirale middelen werken door verschillende onderdelen van het virus aan te vallen. Sommige blokkeren het enzym reverse transcriptase (wat het virus nodig heeft om zich in cellen in te nesten), andere blokkeren integrase (dat het virus in het DNA werkt) of protease (nodig voor het maken van nieuwe virusdeeltjes). Een derde soort remt de ingang van het virus in cellen.

Wanneer ART goed werkt, daalt de hoeveelheid virus in het bloed (de virale belasting) tot onder de detectiegrens. Dit betekent niet dat het virus weg is — het zit nog in reservoirlocaties in het lichaam — maar wel dat het zich niet meer vermenigvuldigt en dat het immuunsysteem kan herstellen. Personen met een ondetecteerbare virale belasting kunnen HIV niet meer doorgeven aan hun seksuele partners (het principe 'U=U', undetectable equals untransmittable).

Bijwerkingen van ART variëren sterk per medicijn en per persoon. Veel voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid en diarree, vooral in het begin. Sommige middelen kunnen metabolische veranderingen veroorzaken (zoals veranderde vetopslag of effect op bloedsuikers en -vetten). Deze bijwerkingen nemen meestal af na enkele weken. Een behandelaar kan de combinatie aanpassen als bijwerkingen hinderlijk zijn of niet tolerabel.

Pre-exposure profylaxe (PrEP)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

PrEP is preventie voor mensen die HIV-negatief zijn maar een hoog risico lopen op besmetting (bijvoorbeeld vanwege onbeschermde seks met wisselende partners of met een HIV-positieve partner wiens virusbelasting niet ondetecteerbaar is). PrEP bestaat uit dagelijks inname van antiretrovirale medicijnen, of in sommige gevallen uit een injectie die om de twee maanden wordt gegeven.

PrEP werkt door het virus ervan af te houden zich in cellen vast te zetten. Onderzoeken tonen aan dat PrEP effectief is in het voorkomen van HIV-infectie wanneer het regelmatig wordt gebruikt. Bijwerkingen zijn meestal mild, vergelijkbaar met wat in het begin van ART kan voorkomen.

Recente studies onderzoeken ook de kostenbaten van PrEP in verschillende instellingen, inclusief online beschikbaarheid via apotheken in landen met beperkte middelen.

Post-exposure profylaxe (PEP)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

PEP is noodbewaking na mogelijke blootstelling aan HIV — bijvoorbeeld na onveilige seks, een steekwond met besmet materiaal, of een accident bij medisch personeel. PEP bestaat uit antiretrovirale medicijnen die zo snel mogelijk na blootstelling moeten worden gestart, idealiter binnen enkele uren en zeker binnen 72 uur.

PEP werkt door het virus tegen te houden voordat het zich in het lichaam kan vestigen. Onderzoeken tonen aan dat PEP effectief is wanneer het snel wordt gegeven. De behandeling duurt meestal 28 dagen. Bijwerkingen kunnen optreden, maar zijn meestal voorbijgaand.

Behandeling van opportunistische infecties

Wanneer het immuunsysteem ernstig is verzwakt (meestal als het aantal CD4-cellen onder bepaalde aantallen zakt), ontstaat risico op zogenaamde opportunistische infecties: infecties met ziektekiemen die een gezond immuunsysteem normaal kan tegenhouden. Dit gebeurt vooral in geavanceerd AIDS. Deze infecties worden behandeld met medicijnen gericht op de specifieke ziektekiemsoort.

Pneumocystis-longontsteking (PCP)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze veroorzakende schimmel kan ernstige longontsteking veroorzaken. De standaardbehandeling is een antibioticum-achtige stof, vaak gecombineerd met corticosteroïden om ontsteking tegen te gaan. Bijwerkingen kunnen huiduitslag, leverirritatie en andere verschijnselen omvatten.

Tuberculose in combinatie met HIV

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Tuberculose (TB) is een veel voorkomende opportunistische infectie bij mensen met geavanceerde HIV. TB wordt behandeld met een standaardcombinatie van anti-TB-medicijnen gedurende maanden. Bij HIV-TB-coïnfectie moet goed worden afgestemd wanneer ART wordt gestart en hoe het zich combineert met TB-medicijnen, omdat deze elkaar kunnen beïnvloeden.

Recent onderzoek toont aan dat de bacteriële belasting en ontstekingsrespons bij HIV-TB-coïnfectie samenhangen met sterfte-uitkomsten, en dat leeftijd een rol speelt.

Cytomegalovirus (CMV) en andere virale infecties

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

CMV kan problemen veroorzaken in het oog (retinitis), maag-darmkanaal en zenuwstelsel. Dit wordt behandeld met antivirale medicijnen. Ook andere herpesvirussen kunnen reactiveren; deze worden tegengegaan met medicijnen zoals aciclovir of valaciclovir.

Cryptococcus meningitis

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze levensbedreigende hersenvliesontsteking wordt veroorzaakt door een schimmel. Behandeling bestaat uit antischimmelmedicijnen, gegeven intraveneus en later oraal, gedurende maanden. Dit is een ernstige infectie met substantiële bijwerkingen van de medicijnen.

Recent onderzoek onderzocht postmortale diagnostische methoden voor TB-meningitis in HIV-patiënten in Zambia.

Behandeling van HIV-gerelateerde kankers

Kaposi-sarcoom

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Dit is een kanker van bloedvatvormend weefsel, sterk geassocieerd met het virus HHV-8 (menselijk herpesvirus 8), vooral wanneer het immuunsysteem sterk verzwakt is. Het eerste Stadium van behandeling is meestal het starten of optimaliseren van ART, om het immuunsysteem te laten herstellen. Wanneer dit onvoldoende werkt, worden chemotherapie of lokale behandelingen (injectie in de tumor of bestraling) toegepast.

Recent onderzoek beschrijft de breed spectrum van Kaposi-sarcoom en HHV-8-gerelateerde Castleman-ziekte, inclusief nieuwe diagnostische en therapeutische benaderingen.

Lymfomen en cervixkanker

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

HIV-positieve personen hebben verhoogd risico op non-Hodgkin-lymfoom en cervixkanker. Deze worden behandeld met standaardchemotherapie of chirurgie, vergelijkbaar met niet-HIV-patiënten, al moet rekening worden gehouden met mogelijke interacties met ART en met de status van het immuunsysteem.

Behandeling van coïnfecties

Hepatitis B en C

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Veel HIV-positieve mensen hebben ook hepatitis B of C. Voor hepatitis B bestaat nu effectieve behandeling met antivirale middelen; voor hepatitis C zijn geneesmiddelen beschikbaar die in de meeste gevallen tot volkomen genezing leiden. ART en behandeling van hepatitis moeten goed op elkaar worden afgestemd.

Recent onderzoek in India toont aan dat coïnfectie met hepatitis B of C vrij veel voorkomt onder nieuw gediagnosticeerde HIV-patiënten.

Tuberculose

Zie hierboven onder opportunistische infecties.

Andere seksueel overdraagbare aandoeningen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

HIV-positieve personen krijgen vaker ander seksueel overdraagbare aandoeningen (chlamydia, gonorroe, syfilis). Deze worden behandeld met antibiotica volgens standaardschema's. Screeningsonderzoeken worden aanbevolen om deze infecties vroegtijdig op te sporen.

Immunoreconstitutie-inflammatoire syndroom (IRIS)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

IRIS kan optreden wanneer ART wordt gestart en het immuunsysteem gaat herstellen. Het immuunsysteem reageert plotseling sterk op ziektekiemen of antigenen die al aanwezig waren. Dit kan symptomen zoals koorts, gezwollen klieren en ontsteking veroorzaken. IRIS wordt beheerd door ART voort te zetten, soms aangevuld met corticosteroïden om ontstekingsreacties te temperen.

Recent onderzoek beschreef Pneumocystis-gerelateerde IRIS als een zelfbeperkende aandoening.

Ondersteuning van het immuunsysteem

Vaccinatie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Wanneer het immuunsysteem voldoende is hersteld (meestal een CD4-tel boven een bepaalde drempel), wordt vaccinatie aanbevolen tegen infecties die voor HIV-positieve mensen extra risicovol zijn: influenza, pneumokokken, HPV (om cervix- en ander kankerrisico te beperken), hepatitis A en B (als niet immuun), en COVID-19.

Recent onderzoek onderzocht de immuunrespons op COVID-19-boosters in verpleeghuisbewoners.

Aanvullende preventie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Profylaxe (preventieve medicijnen) wordt gegeven wanneer het CD4-aantal onder bepaalde grenzen zakt, om opportunistische infecties te voorkomen. Typische voorbeelden zijn medicijnen tegen PCP, toxoplasmose, TB en MAC (Mycobacterium avium complex). Deze worden gestopt wanneer het immuunsysteem via ART voldoende is hersteld.

Ondersteunende zorg

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Naast antiretrovirale middelen omvat behandeling regelmatige monitoring (bloedtesten voor virale belasting, CD4-cel aantal en orgaanfunctie), behandeling van bijwerkingen, begeleiding rond medicatietrouw, psychologische ondersteuning, en behandeling van comorbiditeiten zoals hartaandoeningen, diabetes en botziekte. Recent onderzoek wees op hogere prevalentie van atriumfibrillering onder volwassenen met HIV in bepaalde regio's.

Onderzoeken naar nieuwe behandelingen

Verschillende nieuwe benaderingen worden onderzocht:

- **Langwerkende injectables**: Antiretrovirale middelen die minder frequent hoeven te worden ingegeven (bijvoorbeeld eenmaal per maand of om de twee maanden) zijn in ontwikkeling en enkele zijn al goedgekeurd.

- **Gentherapie**: Experimentele benaderingen waarin het immuunsysteem wordt gewijzigd om beter tegen HIV op te kunnen.

- **Curatieve strategieën**: Onderzoeken naar mogelijke genezing richten zich op het wegnemen van virusreservoirs of het veranderen van het immuunsysteem zodat het het virus kan controleren zonder medicijnen. Dit is nog sterk experimenteel.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Hiv en aids vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.