alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Stofwisseling en hormoonstelsel

Ziekte van Fabry

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Ziekte van Fabry? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij de ziekte van Fabry

De behandeling van de ziekte van Fabry richt zich op het aanvullen of vervangen van het ontbrekende enzym alfa-galactosidase A, het verminderen van schadelijke stoffen in het lichaam, en het voorkomen of vertragen van complicaties aan hart, nieren en zenuwstelsel. De volgende jaren zien we nieuwe werkingswijzen ontstaan naast de klassieke enzymaanvulling.

Enzymvervangingstherapie (ERT)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij enzymvervangingstherapie krijgt de patiënt het ontbrekende enzym alfa-galactosidase A toegediend via infusie. Dit enzym wordt in het laboratorium gemaakt en kan de ophoping van globotriaosylceramide (Gb3) in cellen afbreken. Het enzym wordt meestal via een infuus rechtstreeks in het bloed gebracht, waarna het naar verschillende organen vervoerd wordt.

Enzymvervangingstherapie is sinds meer dan twintig jaar de standaardbehandeling en opgenomen in alle internationale richtlijnen. Onderzoeken tonen aan dat vroeg starten het verloop van de ziekte kan vertragen, vooral bij mannen en bij patiënten zonder ernstige nierof hartschade.

Bekende bijwerkingen zijn reacties tijdens of na de infusie (roodheid, koorts, jeuk, kortademigheid), doorgaans minder frequent naarmate de behandeling voortdurende. Sommige patiënten ontwikkelen antilichamen tegen het enzym, wat de werkzaamheid kan beïnvloeden.

Chaperontherapie (Farmacologische Chaperons)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Chaperontherapie maakt gebruik van kleine moleculen die het lichaam eigen enzym (wanneer aanwezig, maar misvormdt) stabiliseren en repareren. Deze moleculen binden aan het beschadigde enzym, helpen het in de juiste vorm te vouwen en stellen het in staat beter te functioneren.

Migalastat is het meest gebruikte chaperone en is goedgekeurd voor gebruik in patiënten met bepaalde varianten van het GLA-gen die 'amenabel' (geschikt) zijn voor dit mechanisme. Het wordt oraal toegediend (in tabletten), wat voordelen biedt voor patiënten die infusies moeilijk verdragen of thuis willen behandelen.

Chaperontherapie werkt alleen bij specifieke genetische varianten. Uw eigen GLA-variant bepaalt of deze benadering geschikt is. Bekende bijwerkingen zijn over het algemeen mild: hoofdpijn, misselijkheid en diarree treden op bij een klein deel van gebruikers. Omdat het middel via de lever wordt verwerkt, wordt de leverfunctie regelmatig gecontroleerd.

Substraatreductiebehandeling (SRT)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij substraatreductie wordt de aanmaak van de schadelijke stof (Gb3) zelf afgeremd, in plaats van deze stof af te breken. Hierdoor hoopt de stof minder snel op in cellen. Dit werkt op een heel ander niveau dan enzymvervanging.

Eliglustat en Lucerastat zijn zuchtmiddelen van deze klasse. Eliglustat is ingebouwd in de richtlijnen als behandelingsoptie voor bepaalde patiënten; Lucerastat wordt in klinische onderzoeken verder onderzocht en in sommige landen al ingezet.

Deze middelen worden mondeling toegediend. Lucerastat kan gebruikt worden bij patiënten met ernstig verminderde nierfunctie, wat voordeel biedt voor een groep die moeilijk kan worden behandeld met infusies. Bijwerkingen zijn vergelijkbaar met chaperontherapie: maagdarmstoornissen, hoofdpijn, en in onderzoeken ook effecten op spierkracht (bij langdurig gebruik onder nauw toezicht).

Antiaritmische en cardiologische ondersteuning

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Veel patiënten met Fabry-ziekte ontwikkelen hartritmestoornissen en hartvergroting. Medicijnen als bètablokkers, ACE-remmers, angiotensineII-receptorblokkers en in sommige gevallen antiaritmische middelen helpen hartfalen tegen te gaan en ritme stabiel te houden.

Deze medicijnen zijn niet specifiek voor Fabry-ziekte, maar wel essentieel om ernstige hartcomplicaties te voorkomen. Ze worden ingesteld en gevolgd door cardiologen, aangezien Fabry-patiënten soms atypische hartverschijnselen vertonen die voorzichtig diagnosticeren en monitoren vereisen.

Bijwerkingen hangen af van het specifieke middel. Regelmatig ECG en echocardiografie wordt aanbevolen om de werking te controleren.

Nierontsteking en nierfunctie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bescherming van de nieren gebeurt door ACE-remmers of angiotensineII-receptorblokkers, die eiwituitscheiding verminderen en verdere schade voorkomen. Bij ernstige nieruitval kan dialyse nodig worden.

Sommige onderzoeken tonen aan dat vroege nierbescherming samen met enzymaanvulling beter werkt dan één van beiden alleen.

Pijnbehandeling

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Acrofysthesie (brandende voet- en handpijn) is een veel voorkomend symptoom. Regelmatig pijnstillers, lokale behandeling en soms zenuwbeïnvloedende middelen (pregabaline, gabapentine) helpen. Bij ernstige pijn kunnen sterker werkende middelen worden overwogen.

Onderzoeken naar nieuwe tegelwerkingswijzen (waaronder onderzoek naar groeifactoren en immuunmodulatie) lopen, maar zijn nog niet in de reguliere zorg opgenomen.

Gentherapie

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Gentherapie beoogt het defecte GLA-gen rechtstreeks in lichaamscellen te repareren of te vervangen, zodat het lichaam zelf het enzym kan aanmaken. Dit is nog in onderzoeks- en vroege ontwikkelingsfase en niet routinematig beschikbaar.

De eerste klinische onderzoeken tonen voorzichtig hoopvolle eerste signalen, maar veel vragen over duurzaamheid, veiligheid en langetermijneffecten zijn nog open.

Middelen in onderzoek gericht op onderliggende processen

ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend

Onderzoeken die in 2026 lopen, richten zich op nieuwe aangrijpingspunten: modulatie van A4GALT-eiwit (betrokken bij ophoping van schadelijke stoffen), verbetering van celautophagie (natuurlijke afbraak in cellen) en zenuwbeschermende middelen. Deze zijn nog niet voor reguliere behandeling beschikbaar.

Studies naar verbeterde vormen van het chaperone-concept en naar combinaties van stoffen lopen ook, met het doel drijfveren en effectiviteit verder te verbeteren.

Ondersteunende zorg

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Naast medicamenteuze behandeling krijgen patiënten begeleiding van meerdere specialisten: cardioloog (hart), nefroloog (nieren), neuroloog (zenuwstelsel), oorarts (gehoor- en evenwichtsproblemen) en psycholoog (coping met chronische ziekte). Ook dieetadvies en aangepaste lichaamsbeweging spelen een rol.

Regelmatig onderzoek van hart-, nier- en zenuwfunctie helpt complicaties vroeg op te sporen.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Ziekte van Fabry vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.