# Behandelwijzen bij eierstokkanker
De behandeling van eierstokkanker hangt sterk af van het type tumor, het stadium, genetische kenmerken (zoals BRCA-mutaties) en hoe ver de ziekte is gevorderd. De meeste patiënten ondergaan een combinatie van chirurgie en chemotherapie. Na de eerste behandeling kan onderhoudstherapie de tijd tot terugkeer van de ziekte verlengen. Bij terugkeer kan opnieuw worden behandeld, afhankelijk van hoe lang geleden de vorige chemotherapie was.
Chirurgie
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
De operatie is meestal de eerste stap en heeft als doel zoveel mogelijk kankerweefsel te verwijderen. Bij vroege stadia gaat het om het verwijderen van de betrokken eierstok en slangdarm; bij gevorderde ziekte wordt geprobeerd alle zichtbare tumorgezwellen weg te halen. Dit wordt "cytoreductie" genoemd.
De ingreep varieert van laparoscopisch (met kleine sneden) tot open chirurgie, afhankelijk van omvang en verspreiding. Mogelijke bijwerkingen zijn infectie, bloeding, darmletsel en langdurige pijn. De duur van herstel varieert; sommige patiënten keren in weken naar normale activiteiten terug, anderen hebben maanden nodig.
Soms wordt de operatie eerst gedaan, soms pas na enkele chemotherapiecycli ("interval debulking"). Dit wordt bepaald aan de hand van beeldvorming en de algehele gezondheid.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Zogenaamde HIPEC (hypertherme intraperitoneale chemotherapie) — waarbij warme chemotherapievloeistof direct in het buikvlies wordt gespoten tijdens de operatie — wordt in sommige centra onderzocht als aanvulling. Het doel is kankeruitgangen in het buik- en bekkengebied beter te bereiken. Onderzoeken lopen nog; het is niet standaard en wordt niet overal aangeboden.
Chemotherapie
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Na chirurgie krijgen bijna alle patiënten chemotherapie intraveneus, meestal op basis van platina (carboplatin of cisplatin) en taxaan (paclitaxel). Dit is het "gouden standaard"-schema sinds decennia. De behandeling duurt doorgaans 6 cycli, gegeven met ongeveer 3 weken tussenpoos.
Platina werkt door DNA-schade in sneldelende cellen aan te richten. Taxanen belemmeren de celdeling. Samen zijn ze effectiever dan alleen. Bijwerkingen horen bij deze behandeling: misselijkheid, vermoeidheid, haaruitval, verminderde bloedcellen (infectiegevoel, blauwe plekken, bleekheid), zenuwpijn in handen en voeten, en gehoorproblemen. Deze verschijnselen verdwijnen meestal geleidelijk na afloop, maar sommige blijven langer.
Patiënten met gevorderde ziekte kunnen soms baat hebben bij intra-abdominale chemotherapie (direct in het buikvlies), hoewel dit niet algemeen wordt gegeven.
PARP-remmers als onderhoudstherapie
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
PARP-remmers (olaparib, niraparib, rucaparib en anderen) zijn een belangrijke ontwikkeling. Ze remmen een enzym dat cellen helpt beschadigde DNA te herstellen. Vooral in tumoren met BRCA-mutaties (erfelijke defecten in DNA-herstel) of soortgelijke afwijkingen werken ze goed.
Deze middelen worden meestal na chemotherapie gegeven als "onderhoudsbehandeling" om terugkeer van de ziekte uit te stellen. De duur varieert: soms enkele maanden, soms jaren. Onderzoeken tonen aan dat het ziekte-vrije interval zich verlengt.
Bijwerkingen zijn onder meer vermoeidheid, misselijkheid, spijsverteringsproblemen, en in het bijzonder risico op bloedarmoede. Regelmatige bloedcontroles zijn nodig. Een klein aantal patiënten ontwikkelt na lange blootstelling secundaire kanker.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Onderzoeken onderzoeken of PARP-remmers opnieuw kunnen helpen bij patiënten die eerder al mee behandeld zijn en nu terugkeer hebben gehad. Multicenter studies suggereren voordeel, vooral als de behandeling lang geleden was. Dit gebeurt buiten de standaardbehandeling en wordt per geval besproken.
Bevacizumab (bloedvatremmer)
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bevacizumab remt de groei van nieuwe bloedvaten waarmee de tumor zichzelf voorziet. Het wordt gegeven naast of na chemotherapie, vooral bij gevorderde stadia.
Bijwerkingen horen bij bijna alle VEGF-remmers: verhoogde bloeddruk, eiwituitscheiding in urine, trombose (bloedstolsels), en zeldzaam darmperforatie. Regelmatige controle van bloeddruk en urine is nodig.
Immuuntherapie
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Immuuncontrolepuntinhibitoren (zoals pembrolizumab, nivolumab) helpen het immuunsysteem kanker beter te herkennen. Ze worden in combinatie met chemotherapie of PARP-remmers onderzocht.
Onderzoeken lopen; sommige patiënten hebben baat, anderen niet. Het is nog niet standaard, maar onder actieve onderzoek, vooral voor bepaalde tumortypen (bijvoorbeeld bij hoge mutatiebereikheid).
Gericht op mutaties in tumor-DNA
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Tumoren kunnen specifieke mutaties hebben (BRCA1, BRCA2, HRD-status, KRAS, TP53) die richtinggevend kunnen zijn. Voor sommige mutaties worden gerichte middelen ontwikkeld en getest — bijvoorbeeld middelen die AKT1-mutaties of andere pathwaye aanvallen.
Dit is voornamelijk onderzoeksgebied. Genotypering van de tumor wordt in steeds meer centra aanbevolen om toekomstige keuzen te informeren.
Werken aan behandelresultaat
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Het is vastgesteld dat voltooing van de volledige behandeling (alle chemotherapiecycli) belangrijk is voor uitkomst. Onderzoeken tonen aan dat patiënten die vervroegd stoppen slechtere uitzichten hebben. Ondersteuning bij bijwerkingen (misselijkheid, vermoeidheid, psychische belasting) helpt volhouden.
Regelmatige vervolgcontrole met bloedtests, imaging en klinisch onderzoek is standaard om terugkeer vroeg op te sporen.
Behandeling bij terugkeer
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Wanneer kanker terugkeert, hangt vervolgbehandeling af van:
- **Hoe lang na de vorige chemotherapie**: meer dan 6 maanden = "platina-gevoelig" (beter behandelbaar); minder dan 6 maanden = "platina-resistent" (beperkte opties).
- **Vorige behandeling**: is PARP eerder gegeven? Was bevacizumab gebruikt?
Bij platina-gevoelige terugkeer krijgen patiënten opnieuw platina-chemotherapie, vaak met PARP-remmer daarna. Bij platina-resistente terugkeer zijn keuzen beperkter; enkele chemotherapiemiddelen hebben beperkt bewijs, en klinische proeven worden overwogen.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Voor bepaalde groepen (bijvoorbeeld lage mutatiebereikheid, bepaalde genomische signaturen) worden combinaties van immuuntherapie en chemotherapie of andere experimentele benaderingen getest.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._