# Voeding bij chronische pancreatitis
Vetopname en voedingsdeficiënties
Bij chronische pancreatitis werkt de alvleesklier niet meer goed, waardoor de productie van spijsverteringsenzymen afneemt. Dit leidt er vooral toe dat vetten moeilijker worden opgenomen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Omdat vetten niet goed worden opgenomen, kunnen ook de zogenaamde vetoplosbare vitaminen (A, D, E en K) slecht in het lichaam opgenomen worden. Dit kan leiden tot deficiënties die merkbaar zijn in de vorm van bijvoorbeeld tand- en botproblemen, of bloeduingsneigingen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Naast vetopname kunnen ook eiwitten en bepaalde mineralen (calcium, magnesium, ijzer) moeilijker opgenomen worden. Hierdoor kunnen spierverliezen en zwakte ontstaan, iets wat in onderzoek is geconstateerd bij patiënten met chronische pancreatitis.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Rol van enzymvervanging en voeding
Wanneer enzymvervangende middelen worden gebruikt, kan de voedingsopname verbeteren. Onderzoeken tonen aan dat deze middelen de opname van vetten en andere nutriënten positief beïnvloeden.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
De manier waarop deze middelen het best kunnen werken (bijvoorbeeld wanneer ze het beste worden ingenomen) verschilt per persoon en is iets wat je behandelaar en diëtist kunnen helpen bepalen.
Samenstelling van maaltijden
Een voeding die aangepast is aan minder vetopname kan helpen de symptomen te verminderen. Veel mensen met chronische pancreatitis hebben baat bij maaltijden die niet te vetrijk zijn.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Kleine, regelmatige maaltijden worden in veel richtlijnen genoemd als manier om spijsvertering minder zwaar te belasten, hoewel individuele ervaringen verschillen.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Voedingsstoffen uit hele graanproducten, groenten en eiwitbronnen kunnen helpen, maar de beste samenstelling verschilt per persoon. Dit is iets om samen met je diëtist uit te werken.
Vocht en alcohol
Veel vocht drinken helpt de spijsvertering, maar grote hoeveelheden tegelijk kunnen ongemak veroorzaken.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Alcohol kan de alvleesklier verder beschadigen en kan forse verslechtering van klachten veroorzaken. Dit geldt vooral bij mensen bij wie alcohol een rol speelde in het ontstaan van de chronische pancreatitis.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Supplementen en bijzondere voedingsmiddelen
Of bijzondere supplementen nuttig zijn (zoals omega-3-vetzuren of antioxidanten), is niet duidelijk genoeg onderzocht om hier algemene uitspraken over te doen.
OnbewezeniGeen wetenschappelijk bewijs dat het werkt
Supplementen van bepaalde vitamines (vooral de vetoplosbare vitamines A, D, E en K) kunnen soms nodig zijn als er deficiënties ontstaan, maar dosering en behoefte verschillen sterk per persoon en situatie.
Voeding en pijnbeheersing
Of bepaalde voedingskeuzes direct de pijn verminderen, is niet met sterke bewijzen vastgesteld.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Wel merken veel patiënten dat bepaalde voedingsmiddelen hun klachten verergeren, en die zijn dan beter te vermijden.
Fytotherapeutica of 'wondermiddelen' hebben geen bewezen werking als ondersteunding bij chronische pancreatitis.
AfgeradeniBewezen onwerkzaam of schadelijk, of gevaarlijk in combinatie met je behandeling
Zelf voeding aanpassen
Het is belangrijk om voedingskeuzes niet zelfstandig drastisch aan te passen zonder overleg. Een diëtist kan je helpen herkennen welke voedingsmiddelen jouw klachten verergeren, en hoe je toch voldoende voedingsstoffen binnen krijgt.
Ook is het goed om regelmatig gecontroleerd te worden op voedingsdeficiënties, vooral van de vetoplosbare vitamines. Je behandelaar kan bepalen of aanvullende vitaminesubstitutie nodig is.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._