# Behandelwijzen bij blaaskanker
De behandeling van blaaskanker hangt sterk af van het stadium en type tumor. Dokters onderscheiden twee grote groepen: non-muscularis invasieve kanker (NMIBC) — tumoren die nog niet door de spierlaag van de blaaswand zijn doorgegroeid — en muscularis invasieve kanker (MIBC) — tumoren die wel door die spier zijn doorgegroeid. Voor elk stadium zijn verschillende behandelingen beschikbaar, vaak in combinatie.
Transuretrale resectie (TUR)
Dit is een minimaal invasieve procedure waarbij een dun buisje via de urinebuis in de blaaswand wordt ingebracht. Aan het uiteinde zit een lus waarmee de tumor wordt afgesneden en tegelijk wordt de wond gebruid (met elektrische stroom). Dit gebeurt onder algehele anesthesie.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
TUR is de standaardbehandeling voor non-muscularis invasieve tumoren. Het dient zowel als diagnostisch hulpmiddel (de verwijderde weefsels worden onderzocht) als als behandeling. De procedure kan meerdere keren worden herhaald als er sprake is van recidief of onvoldoende eerste verwijdering. Bekende bijwerkingen zijn tijdelijke pijn bij urineren, bloed in de urine en, zeer zelden, perforatie van de blaaswand.
Een recente variant is blue-light cystoscopie, waarbij speciale kleurstof en blauw licht worden gebruikt om tumor beter zichtbaar te maken. Dit kan helpen meer tumor op te sporen en volledig te verwijderen.
Intravesicale therapie (intra-blaasbehanding)
Na TUR wordt bij non-muscularis invasieve kanker vaak een behandeling rechtstreeks in de blaaswand gegeven, via een catheter die door de urinebuis wordt ingebracht. De meest gebruikte vorm is bacillus Calmette-Guérin (BCG).
BCG-therapie
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
BCG is een verzwakte bacteriestam die het immuunsysteem activeert tegen kankercellen in de blaaswand. Het wordt in wekelijkse sessies ingebracht, meestal gedurende enkele weken. Dit kan maanden of jaren achter elkaar worden herhaald ter voorkoming van terugkeer.
BCG-therapie vermindert de kans dat kanker terugkomt of verder groeit. Bijwerkingen zijn veelal lokaal: pijnlijke, frequent urineren, bloed in de urine en irritatie. Bij ongeveer één op de tien patiënten treedt een griepachtig gevoel op. Zeer zelden kan BCG systemisch werken en ernstige infectie veroorzaken. Een klein deel van de patiënten reageert niet op BCG; voor hen zijn alternatieve strategieën nodig.
Andere intravesicale middelen
Naast BCG bestaan er chemotherapeutica (zoals mitomycine C) die rechtstreeks in de blaaswand worden gebracht. Deze worden minder vaak gebruikt dan BCG, maar kunnen een optie zijn bij bepaalde tumortypen of na BCG-falen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze middelen werken door kankergroeicellen rechtstreeks aan te vallen. Bijwerkingen zijn vergelijkbaar met BCG: lokale irritatie, bloed in de urine en pijn. Systemische bijwerkingen zijn zeldzaam omdat de stof grotendeels in de blaaswand blijft.
Nieuwe intravesicale benaderingen
Onderzoeken lopen naar nieuwe middelen die via intravesicale toediening werken, waaronder gemodificeerde immuuntherapieën. Deze zijn nog niet standaard beschikbaar.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Radicale cystectomie (complete blaasfverwijdering)
Dit is een grote operatie waarin de hele blaaswand wordt verwijderd. Bij mannen worden ook de prostaat en zaadblierjes verwijderd; bij vrouwen wordt ook de baarmoeder en de voorkant van de vagina verwijderd. Tegelijk worden meestal de lymfklieren in het bekken wegenomen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Radicale cystectomie is de standaardbehandeling voor muscularis invasieve kanker en voor non-muscularis invasieve tumoren die niet op BCG reageren, zeer groot zijn, of zich op meerdere plaatsen bevinden.
Na verwijdering van de blaaswand moet een nieuwe manier worden gevonden voor het opvangen en uitscheiden van urine. Dit kan door het aanleggen van een **pouch** (een zakje gemaakt van darmweefsel), waarna patiënten regelmatig een catheter moeten gebruiken om het leeg te maken. Een ander option is een **urostoma** (een opening in de buik waaraan een zakje is bevestigd). De chirurg besprekt deze opties van tevoren met de patiënt.
De operatie kan open (traditionele snede) of met robotassistentie worden uitgevoerd. Beide benaderingen hebben voor- en nadelen op het gebied van herstel en uiteindelijke oncologische resultaten; onderzoeken laten vergelijkbare uitkomsten zien.
Complicaties kunnen bloedverlies, infectie, darmobstuctie, en in zeldzame gevallen beschadiging van omliggende organen zijn. Het herstel duurt weken tot maanden.
Chemotherapie
Neoadjuvante chemotherapie (voor de operatie)
Wanneer muscularis invasieve kanker is vastgesteld, krijgt een aantal patiënten chemotherapie voordat de operatie plaatsvindt. Dit doel is tumor te verkleinen en eventuele verborgen metastasen aan te pakken.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
De combinatie van gemcitabine en cisplatin is de standaard. Dit wordt in cycli gegeven (meestal één tot vier behandelingen) voordat radicale cystectomie plaatsvindt. Chemotherapie is belastend; bijwerkingen zijn onder meer misselijkheid, vermoeidheid, afname van bloedcellen (waardoor infectierisico stijgt) en neuropathie (zenuwschade, vooral in voeten en handen).
Adjuvante chemotherapie (na de operatie)
Patiënten bij wie na cystectomie blijkt dat kanker verder is uitgezaaid, of zeer aggressive kenmerken heeft, kunnen chemotherapie na de operatie krijgen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bestraling
Radiotherapie kan worden gebruikt als de blaaswand niet kan of mag worden verwijderd, bijvoorbeeld vanwege leeftijd, ander ernstig ziekten, of patëntenwens. Uitwendige bestraling richt zich op het bekken en de blaaswand.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Bestraling wordt dikwijls gecombineerd met chemotherapie ter verhoging van werkzaamheid. Bijwerkingen zijn onder meer vermoeidheid, diarree, irritatie van de blaaswand (dysuria) en op lange termijn een klein risico op tweede kankertypen. Bij ouderen of patiënten met ernstig bloedverlies kan bestraling ook gebruikt worden om bloeding te stoppen.
Immunotherapie
Checkpoint-remmers (immuuncontrolepuntblokkers)
Tumoren verbergen zich voor het immuunsysteem door bepaalde 'remhefbomen' in te schakelen. Medicijnen als pembrolizumab en atezolizumab blokkeren deze hefbomen, waardoor het immuunsysteem de kankercel weer kan herkennen.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Deze middelen worden gebruikt bij geavanceerde en uitgezaaide blaaskanker, zowel alleen als in combinatie met chemotherapie. Bijwerkingen zijn immuungelateerde en kunnen ernstig zijn: ontsteking van longen, hart, nieren of andere organen. Dezelfde bijwerkingen kunnen later nog optreden.
Combinaties van immunotherapie
Onderzoeken testen combinaties van verschillende checkpoint-remmers of checkpoint-remmers met chemotherapie.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
Gerichte therapie en antibody-drug conjugaten
Nieuwe middelen richten zich op specifieke eiwitmutaties op kankerceloppervlak. Een voorbeeld is sacituzumab govitecan, een antibody-drug conjugaat (ADC) dat een kankercel aanpakt en tegelijk chemotherapie afgeeft.
OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling
ADC's tonen veelbelovende resultaten bij geavanceerde blaaskanker. Ze kunnen gebruikt worden als eerdere behandeling niet meer helpt of als alternatief voor chemotherapie. Bijwerkingen zijn vergelijkbaar met chemotherapie: vermoeidheid, misselijkheid en verlaagde bloedcelfuncties.
Onderzoeken lopen naar meer gerichte middelen, waaronder NPTXR-gerichte therapie.
Behandeling van metastasen
Wanneer kanker is uitgezaaid naar os, long of andere locaties, kan lokale bestraling (stereotactische bestraling) van bony-metastasen helpen om pijn te verlichten en bloeding te voorkomen, naast systemische behandeling.
BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA
Ondersteunende zorg en klinische studies
Alle patiënten ontvangen begeleiding voor het omgaan met nevenwerkingen, herstel en psychosociale ondersteuning. Veel ziekenhuizen zetten patiënten graag in contact met klinische studies mocht geen standaardbehandeling meer werken of ter verbetering van bestaande opties.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._