alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Bloed en beenmerg

Myelofibrose

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Myelofibrose? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij myelofibrose

De behandeling van myelofibrose is gericht op symptoomverlichting, vertraging van de ziekteprogressie en verbetering van de kwaliteit van leven. De aanpak hangt af van de risicoclassificatie (laag, intermediair of hoog risico), je leeftijd, algehele gezondheid en hoe goed je lichaam op eerdere behandelingen heeft gereageerd. In de afgelopen jaren zijn nieuwe mogelijkheden ontstaan, vooral JAK-remmers, die het behandellandschap hebben veranderd.

JAK-remmers (JAK-inhibitors)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

JAK-remmers remmen bepaalde eiwitten (Janus Kinase) die overactief zijn in myelofibrosecellen. Ze worden beschouwd als een belangrijke behandelgroep voor veel patiënten met myelofibrose.

Ruxolitinib was de eerste JAK-remmer die voor myelofibrose werd goedgekeurd en blijft een veelgebruikt startpunt. Het helpt symptomen als vermoeidheid, zweten en pijn in de buik te verlichten en kan de vergrote milt kleiner maken. Veel patiënten voelen zich beter met ruxolitinib, hoewel niet iedereen ervan profiteert. Bekende bijwerkingen zijn onder meer bloedarmoede (laag hemoglobine), lagere aantallen witte bloedcellen en trombocyten, buikpijn en gewichtstoename. Het lichaam kan zich in de loop van tijd aanpassen aan het middel, waardoor het effect afneemt (resistentie).

Fedratinib, pacritinib en momelotinib zijn latere JAK-remmers die als alternatief of in vervolgbehandeling worden gebruikt, vooral wanneer ruxolitinib niet goed werkt of niet goed wordt verdragen. Fedratinib kan het risico op diarree met zich meebrengen. Momelotinib staat in onderzoek als mogelijke eerste keus voor patiënten met lage trombocytenaantallen, omdat dit middel gericht minder trombocyten aantast dan ruxolitinib. Pacritinib is gericht ontwikkeld voor patiënten met laag aantal trombocyten en kan beter worden verdragen in deze groep.

Bij alle JAK-remmers is regelmatige bloedcontrole noodzakelijk om bloedarmoede, infecties en andere afwijkingen op tijd te herkennen.

Selinexor in combinatie met JAK-remmers

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Selinexor is een middel dat eiwitten tegenhoudt die tumorcellen helpen groeien. In recente studies wordt selinexor in combinatie met ruxolitinib onderzocht bij JAK-remmer-naïeve patiënten (patiënten die nog niet eerder JAK-remmers hebben gebruikt). De combinatie laat veelbelovende resultaten zien in het verkleinen van de milt en het verbeteren van bloedwaarden. Mogelijke bijwerkingen van selinexor zijn misselijkheid, braken, vermoeidheid en gewichtsverlies. De precieze plaats van deze combinatie in het behandelschema wordt nog bepaald.

Andere cytostatische middelen

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Ruxolitinib en vergelijkbare JAK-remmers hebben veel oudere chemotherapieën verdrongen, maar in bepaalde situaties worden andere middelen nog gebruikt:

- **Hydroxyurea** (cytotoxische stof) kan gebruikt worden voor controlepatiënten met hoge leukocytenaantallen of symptomen die niet goed op JAK-remmers reageren. Het werkt door celdeling te remmen. Bijwerkingen zijn onder meer bloedarmoede, infertiliteit en risico op latere transformatie naar acuut leukemie.

- **Lenalidomide** is een immuunmodulatorisch middel dat vooral helpt bij myelofibrosepatiënten met bepaalde genetische afwijkingen (bijvoorbeeld del 5q). Het kan de bloedarmoede verbeteren. Bekende bijwerkingen zijn bloedarmoede, trombose (stolsels in bloedvaten), zenuwbeschadiging en infecties.

- **Anagrelide** wordt soms gebruikt om verhoogde trombocytenaantallen te controleren, vooral in vroege stadia of als JAK-remmers niet kunnen worden ingezet. Het werkt direct op megakaryocyten (cellen die trombocyten maken). Bijwerkingen zijn onder meer hoofdpijn, hartkloppingen en diarree.

Allogene stamceltransplantatie (hematologische stem cell transplantatie)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Dit is de enige behandeling die myelofibrose potentieel kan genezen, maar het is ook de meest belastende. Bij stamceltransplantatie krijg je eerst chemotherapie (en soms bestraling) om je eigen myelofibrosecellen uit te schakelen, waarna stamcellen van een donor in je lichaam worden ingebracht. Die donorstamcellen groeien uit tot een nieuw bloedvorming- en immuunsysteem.

Stamceltransplantatie wordt vooral overwogen bij jongere patiënten (meestal onder de 70 jaar) met hoog risico en een geschikte donor. Het risico op vroege sterfte rond de transplantatie en op complicaties als graft-versus-host-ziekte (GvHD, waarbij donorcellen je eigen cellen aanvallen) is significant. Recente studies onderzoeken nieuwe voorbereiding schemata's (zoals combinaties van lage doses melphalan, fludarabine en thiotepa) bij alternatieve donors om de belasting te verminderen.

De lange termijn uitkomsten zijn beter dan zonder transplantatie bij patiënten die de ingreep overleven, maar veel patiënten hebben ernstige lange-termijn effecten van de behandeling zelf.

Ondersteunende zorg

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze maatregelen dienen om symptomen en complicaties te verlichten:

- **Transfusies** van rode bloedcellen voor bloedarmoede. Frequent transfunderen kan ijzerstapeling veroorzaken, wat orgaanschade kan geven.
- **Trombocytentransfusies** wanneer het aantal trombocyten kritiek laag is en bloedingen dreigen.
- **Groeifactoren** (zoals G-CSF) kunnen soms gebruikt worden om infectierisico te verlagen, hoewel dit voorzichtig geschiedt omdat stimulatie van witte bloedcellen ook ziekteprogressie kan versnellen.
- **Behandeling van complicaties** zoals goutwee (allopurinol of febuxostat), jicht-aanvallen en splanchnica trombose (stolsels in buikbloedvaten).
- **Supplementatie** van foliumzuur en vitamine B12 omdat het lichaam meer van deze stoffen gebruikt.

Experimentele benaderingen in lopend onderzoek

ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend

Diverse nieuwe middelen worden in klinische trials onderzocht:

- **Nieuwe JAK-remmers** (zoals flonoltinib, gecacitinib en INCA035784) die mogelijk meer selectief op bepaalde JAK-eiwitten werken of beter door bepaalde organen worden verdragen.

- **Thrombopoëtine (TPO)-receptoragonisten**: deze stimuleren de aanmaak van trombocyten en worden onderzocht voor hun effect op myelofibroseprogressie en symptomen.

- **Voorstelling van precisiemedicijn**: meer gerichte behandeling op basis van je individuele genetische profiel (bijvoorbeeld welke mutaties je hebt) is een onderwerp van intensief onderzoek.

- **Combinatiestudies**: het mengsel van verschillende mechanismen (bijvoorbeeld JAK-remmers plus selinexor, of JAK-remmers plus experimentele immuunmiddelen) is in onderzoek.

- **Behandeling van extramedullaire hematopoëse**: wanneer de bloedvorming zich buiten het beenmerg in organen vestigt (bijvoorbeeld lever en milt), wordt onderzocht hoe dit doelgericht kan worden aangepakt.

Het onderzoekslandschap evolueert snel, en wat nu experimenteel is, kan binnen enkele jaren bewezen of onderzocht zijn.

Behandeling van specifieke complicaties

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

- **Trombose** (stolsels in bloedvaten, inclusief in buikorganen): wordt behandeld met anticoagulantia (bloedverdunners), al met voorzichtigheid gegeven de sterke neiging tot bloedingen bij myelofibrose.

- **Transformatie naar acuut leukemie**: dit is een ernstige complicatie. Behandeling lijkt op acuut leukemia-protocollen (bijvoorbeeld hypomethylerende agentia zoals azacitidine, of chemotherapie), maar prognose is over het algemeen beperkt.

- **Infecties**: worden aggressief behandeld vanwege het hogere risico door bloedenarmoede en lage witte bloedcellen.

Wat bepaalt welke behandeling je krijgt?

De keuze hangt af van:

- Je **risicoclassificatie** (laag, intermediair-1, intermediair-2 of hoog), bepaald door ziekte-factoren en genetische afwijkingen.
- Je **leeftijd en algehele gezondheid**.
- Je **aantal bloedcellen**, vooral trombocyten (sommige JAK-remmers zijn riskanter bij zeer lage aantallen).
- Of je **eerdere behandelingen** hebt gehad en hoe je daarop reageerde.
- Je **voorkeur** en belasting die je aan wilt gaan.
- De beschikbaarheid van een **geschikte donor** (voor transplantatie).

Je behandelaar zal dit met je bespreken en waar nodig aanpassen naarmate je ziekte evolueert.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Myelofibrose vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.