alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Kanker

Baarmoederkanker

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Baarmoederkanker? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · automatisch gecontroleerd, steekproefsgewijs nagelopen

# Behandelwijzen bij baarmoederkanker

De behandeling van baarmoederkanker hangt sterk af van het stadium, de histologische type, de moleculaire kenmerken (onder meer mismatch repair-status en TP53-mutaties) en de algehele gezondheid van de patiënte. Hieronder volgen de belangrijkste behandelmodaliteiten, geordend per fase en behandelgroep.

Chirurgische verwijdering

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

De chirurgische verwijdering van de baarmoeder, eileiders en eierstokken (totale hysterectomie met bilaterale salpingo-oöforectomie) is de standaardbehandeling voor baarmoederkanker in de meeste stadia. De ingreep kan via traditionele open chirurgie, laparoscopisch (minimaal invasief) of robotgeassisteerd plaatsvinden.

Bij laparoscopische of robotgeassisteerde benadering herstel de patiënte meestal sneller dan bij open chirurgie, met minder postoperatieve pijn en kortere ziekenhuisopname. Voor patiënten met ernstige bijziekten (fragiliteit) kan robotgeassisteerde chirurgie voordelen bieden, al zijn de verschillen in uitkomsten bescheiden. Bij gevorderde stadia kan ook verwijdering van nabijgelegen lymfeklieren onderdeel van de ingreep zijn. Dit helpt de uitbreiding van de kanker in kaart te brengen en de verdere behandeling af te stemmen.

Algemene chirurgische risico's horen bij elke operatie: infectie, bloedverlies, bloedstolsels en verwondingscomplicaties. De meerderheid van patiënten herstelt goed.

Bestraling van het bekken

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Nadat de baarmoeder is verwijderd, krijgen patiënten met bepaalde risicofactoren (zoals grote tumorgrootte, diepe invasie in de baarmoederwand, of bepaalde histologische types) externe bestraling van het bekken. Dit gebeurt meestal in vijf tot zes weken, met dagelijkse behandelingen.

Het doel is om microscopische restkanker in het bekken uit te schakelen en terugkeer van de kanker tegen te gaan. Het bewijsmateriaal voor dit effect is sterk, vooral bij intermediate-risk en high-risk tumoren.

Bijwerkingen ontstaan door de hoge doses straling aan gezond weefsel in het bekken: vermoeidheid, diarree, pijn bij het waterlozen, en lang na de behandeling soms aandoeningen van de darm of blaas. Deze effecten worden meestal beperkt gehouden door moderne bestralingstechnieken.

Interne bestraling (brachytherapie)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij bepaalde tumoren wordt ook interne bestraling toegepast: een radioactieve bron wordt kortstondig in of dicht bij de baarmoederhals geplaatst. Dit concentreert de dosis op de plaats waar de kanker het meest waarschijnlijk terugkeert.

Brachytherapie kan alleen, of in combinatie met externe bestraling, gebruikt worden. Het verlaagt het risico op lokaal teruggekeerde kanker.

De patiënte ligt tijdens de behandeling stil; ernstige pijn is ongebruikelijk, maar ongemak is normaal. Langetermijnbijwerkingen lijken beperkt.

Chemotherapie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij geavanceerde, terugkerende of bepaalde high-risk baarmoederkankers wordt chemotherapie toegepast, meestal een combinatie van carboplatine (een platinumcompound) en paclitaxel (een taxaan). Deze stoffen verstoren de delingen van kankercellen.

Chemotherapie kan voor de operatie (neoadjuvant) of daarna (adjuvant) gegeven worden, en wordt soms gecombineerd met bestraling of immunotherapie. Bij geavanceerde ziekte kan chemotherapie ook de symptomen verlichten en het leven verlengen.

Bekende bijwerkingen van deze combinatie zijn: misselijkheid, braken, haaruitval, vermoeidheid, infecties door een verzwakt immuunsysteem, zenuwpijn in handen en voeten (neuropathie), en soms hartstofbreuk of nierschade. Veel bijwerkingen zijn hanteerbaar of voorbijgaand.

Hormoontherapie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor bepaalde, langzaam groeiende endometrial adenocarcinomen (vooral endometrioid type) kan hormoontherapie—meestal met progestagenen—gebruikt worden. Dit zijn hormonen die het groeigedrag van sommige kankercellen remmen.

Hormoontherapie wordt vooral toegepast in vroeg stadium, bij patiënten die geen operatie willen of kunnen ondergaan, of bij geavanceerde ziekte. Het effect is doorgaans minder krachtig dan chemotherapie of bestraling, maar leidt tot minder ernstige bijwerkingen.

Mogelijke bijwerkingen zijn gewichtsstijging, opvliegers, en stemmingswisselingen, al zijn deze individueel zeer verschillend.

Immuuntherapie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Recente ontwikkelingen hebben immunotherapie een vaste plaats gegeven bij baarmoederkanker, vooral bij tumoren met deficiëntie van mismatch repair (dMMR) of microsatellietinstabiliteit. Deze stoffen—zoals nivolumab en pembrolizumab—helpen het immuunsysteem de kankercellen beter te herkennen en aan te vallen.

Immuuntherapie kan voor of na operatie gegeven worden, en wordt soms gecombineerd met chemotherapie of anti-angiogene stoffen (zie hieronder). Bij geavanceerde of terugkerende kanker kan immuuntherapie symptoomverlichting bieden en overleven verlengen.

Specifieke bijwerkingen van immuuntherapie ontstaan omdat het immuunsysteem ook gezond weefsel kan aanvallen (autoimmune-achtige effecten): ontstekingen van lever, nieren, long, of darm, en soms schildklieraandoeningen. Deze reacties kunnen ernstig zijn, maar worden meestal beheersbaar.

Anti-angiogene therapie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bevacizumab is een stof die de vorming van nieuwe bloedvaten in tumoren blokkeert, waardoor de tumor minder voeding krijgt. Dit middel wordt steeds vaker in combinatie met chemotherapie en immuuntherapie gegeven, vooral bij geavanceerde of TP53-gemuteerde tumoren.

Studies tonen aan dat toevoeging van bevacizumab aan een standaardschema de progressievrije overleving kan verlengen.

Bijwerkingen horen bij bloeddrukverhogingen, bloedingen, tromboses, en soms problemen met wondgenezing.

Gerichte moleculaire therapie

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Onderzoek naar gerichte therapieën—middelen gericht op specifieke genetische veranderingen in tumorweefsel—loopt actief. Studies onderzoeken middelen tegen mutaties in KRAS, TP53, PTEN en andere genen. Ook wordt gekeken naar werkzaamheid tegen bepaalde eiwitmarkers (zoals foliumreceptor-alfa en TROP2) op tumorcellen.

Deze benaderingen worden nog vooral in onderzoekssetting toegepast en zijn nog niet standaard buiten studies. Patiënten met geavanceerde ziekte kunnen soms uitgenodigd worden voor studies waarin deze middelen getest worden in combinatie met chemotherapie of immuuntherapie.

Bijwerkingen hangen sterk af van het specifieke middel en zijn nog niet volledig in kaart gebracht.

Tumormicrobioom-gericht onderzoek

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Onderzoek suggereert dat de bacteriële flora in en rond tumoren een rol speelt in hoe goed immuuntherapie werkt en hoe agressief kanker zich gedraagt. Enkele onderzoeken onderzoeken of het aanpassen van dit microbioom (bijvoorbeeld via bacteriële supplementen of antibiotica) de respons op behandeling kan verbeteren.

Dit is nog experimenteel en niet routinematig toegepast. Interpretatie van resultaten is nog voorzichtig.

Observatie zonder directe behandeling

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij zeer vroege, laagrisico-tumoren (bijvoorbeeld FIGO-stadium IA, laagrisico endometrioid type) kan watchful waiting—regelmatige controle zonder onmiddellijke chemotherapie of bestraling—een veilige keuze zijn, vooral na operatie. Dit voorkomt onnodig bijwerkingen en vermindert het risico op langetermijncomplicaties van bestraling.

Regelmatige vervolgcontroles (lichamelijk onderzoek, echo, tumormarkers) blijven essentieel om vroegtijdig terugkeer op te sporen.

Palliatieve zorg

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij geavanceerde of terugkerende kanker die niet meer met chirurgie of bestraling te behandelen is, richten behandelingen zich op symptoomverlichting en kwaliteit van leven. Chemotherapie, immuuntherapie, of hormoontherapie kunnen symptomen verlichten en progressie vertragen, maar genezen de ziekte niet.

Tegelijk worden pijn, bloedingen, obstipatie, en angst actief behandeld. Deze benadering heet palliatieve zorg en kan intensief medisch zijn, maar ook steeds meer gericht op comfort en waardigheid naarmate de tijd verstrijkt.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Baarmoederkanker vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.