alles over ongeneeslijke ziektes
← Alle ziektes Hart en bloedvaten

Chronisch hartfalen

Wil je bericht krijgen als er nieuw onderzoek is over Chronisch hartfalen? Dat kan met een account. Maak een gratis account of log in.

Laatst bijgewerkt: 2026-08-10 · redactioneel gecontroleerd

# Behandelwijzen bij chronisch hartfalen

Bij chronisch hartfalen wordt behandeling aangepast aan het type hartfalen (verminderde of bewaarde pompfunctie), de fase en de onderliggende oorzaak. De doelen zijn symptoomverlichting, het stoppen van verder verslechteren, en waar mogelijk verbetering van de pomp- en pompefficiëntie. Hieronder staan de reguliere behandelingen uitgewerkt per groep.

Medicijnen die de pompfunctie verbeteren

ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten (ARB's)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen werken door vernauwing van bloedvaten tegen te gaan, zodat het hart minder hard hoeft te pompen. Ze blokkeren een stof in het lichaam (angiotensine II) die bloedvaten doet vernauwen en die het hartweefsel doet verdikken. Hierdoor neemt de belasting op het hart af.

Bekende bijwerkingen zijn hoesten (vooral bij ACE-remmers), duizeligheid door lage bloeddruk, en een verhoogd kaliumgehalte in het bloed. Deze effecten worden regelmatig gecontroleerd met bloedonderzoeken.

Bètablokkers

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen vertragen de hartslag en verminderen de kracht van hartcontracties, zodat het hart rustiger werkt. Ze zijn vooral werkzaam bij hartfalen met verminderde pompfunctie.

Mogelijke bijwerkingen zijn vermoeidheid, trage hartslag, droge mond en, zelden, verslechtering van de symptomen bij te snelle ophoging van de dosis. Veel patiënten ervaren na enige tijd beter tolerantie.

Aldosteronantagonisten

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen blokkeren aldosteron, een hormoon dat watervochthoping bevordert en het hartweefsel kan beschadigen. Zij worden vooral ingezet bij matige tot ernstige symptomen.

Mogelijke bijwerkingen zijn een verhoogd kaliumgehalte, borstkliergroei bij mannen, en hormonale effecten. Regelmatige controle van kalium en nierfunctie is belangrijk.

SGLT2-remmers

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze medicijnen blokkeren suikeruitscheiding in de nieren. Hoewel ze voor diabetes zijn ontwikkeld, werken zij gunstig op het hartfalen – mogelijk doordat zij wateroverschot reduceren en het hartweefsel beschermen. Deze groep wordt steeds vaker ook bij niet-diabetische patiënten gebruikt.

Mogelijke bijwerkingen zijn genitale infecties, duizeligheid, en zelden ernstige nierproblemen. Regelmatige niercontroles zijn onderdeel van het monitoring.

Angiotensine-Neprilysin-Inhibitoren (ARNI)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze combinatiemedicijnen werken op twee manieren: ze blokkeren angiotensine II (zie ARB's) en vergroten tegelijk de werking van een stof (natriuretisch peptide) die wateruitscheiding en vaatverwijding bevordert. Zij worden beschouwd als vervanger van ACE-remmers of ARB's.

Mogelijke bijwerkingen zijn lage bloeddruk met duizeligheid, hoesten, en verhoogd kalium. Zoals bij alle bloeddrukverlagende middelen kunnen nierfunctie en kalium fluctueren.

Medicijnen tegen vochtverhoping

Diuretica

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze waterpillen vergroten de uitscheiding van water en zout via de nieren, waardoor het lichaam minder vocht vasthoudt. Dit verlichting vochtophoping in longen en weefsels.

Mogelijke bijwerkingen zijn lage bloeddruk, laag kalium- en natriumgehalte, en uitdroging. Dosering wordt aangepast naar vochtbelasting en symptomen.

Medicijnen tegen ritme en hartslag

Digitalisglycosiden

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Deze oude stof versterkt hartcontracties en vertraagt hartslag. Zij worden vooral ingezet bij atriumfibrillatie (onregelmatige hartslag) tegelijk met hartfalen.

Mogelijke bijwerkingen zijn misselijkheid, duizeligheid, en hartritmestoornissen bij te hoge spiegels. Regelmatige bloedonderzoeken controleren de concentratie.

Niet-medicijnbehandelingen

Cardiale resynchronisatietherapie (CRT)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij hartfalen met dyssynchronie (ongecoördineerde samentrekking van hartkamers) kan een bijzondere pacemaker (CRT-apparaat) worden ingebracht. Dit apparaat stuurt elektrische pulsen naar beide kamers zodat zij beter gesynchroniseerd samentrekken, waardoor pompefficiëntie toeneemt.

Mogelijke bijwerkingen zijn infecties op de plaats van inplanting, beschadiging van bloedvaten, en zelden een pneumothorax (ingevallen long). De meeste patiënten tolereren het apparaat goed.

Implanteerbaredefibrillator (ICD)

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Dit apparaat wordt ingebracht wanneer ernstige ritmestoornissen (ventriculaire fibrillatie) dreigen. Het herkent levensgevaarlijke ritmes en geeft een elektrische schok om het normale ritme te herstellen.

Mogelijke bijwerkingen zijn infecties, bloedingen, en psychische belasting door onverwachte schokken. Regelmatig monitoren van het apparaat is noodzakelijk.

Mechanische ondersteuning van het hart

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Bij zeer ernstig hartfalen kunnen kunstharten of linker-ventrikelondersteuningsapparaten (LVAD) worden ingebouwd. Deze pompen bloed rond, zodat het beschadigde hart kan rusten. Dit kan overbrugging zijn naar transplantatie of een permanente oplossing.

Mogelijke bijwerkingen zijn infecties, bloedstolsels, en mechanische defecten. Dit zijn ingrepen met aanzienlijke risico's, maar ook grote levensverlengende werking voor geselecteerde patiënten.

Harttransplantatie

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Voor zeer ernstig hartfalen waarvoor geen ander medicijn of apparaat meer uitkomst biedt, is transplantatie een optie. Een gezond hart van een donor wordt ingebracht.

Mogelijke bijwerkingen zijn afstotingsreacties (het lichaam weigert het vreemde hart), infecties door het onderdrukken van afweer, en bijwerkingen van immunosuppressieve medicijnen. Deze ingreep vereist levenslange follow-up en medicatie.

Leefstijl en ondersteunende maatregelen

Revalidatie en lichaamsbeweging

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Geleide hartrevalidatie met dosering aangepast aan belastbaarheid helpt patiënten hun capaciteit te verbeteren, angst af te bouwen, en symptomen beter te hanteren. Regelmatige beweging bevordert uithoudingsvermogen en loopt onder begeleiding.

Mogelijke bijwerkingen zijn kortademigheid of borstpijn bij overbelasting – daarom is aanleiding door professionals van belang.

Zoutbeperking en vochtbeheersing

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Lagere zoutinname vermindert watervochthoping. Bij ernstig falen kan ook vochtuitzonderingsbeperking nodig zijn.

Effecten zijn merkbaar in vochtbalans en symptomen; geen directe bijwerkingen, maar strikte naleving vereist discipline.

Psychologische steun en patiëntenvoorlichting

BewezeniOpgenomen in officiële richtlijnen, of goedgekeurd door EMA of FDA

Begeleiding door maatschappelijk werk, psychologen of patiëntengroepen helpt patiënten omgaan met chronische ziekte, angst en depressie. Ook begrijpen wat je lichaam doet (psychoeducatie) draagt bij aan naleving van behandeling.

Geen bijwerkingen; ondersteuning is onderdeel van holistisch zorg.

Medicijnen in onderzoek

GLP-1-receptoragonisten

OnderzochtiPositieve resultaten in klinische studies, nog geen standaardbehandeling

Deze medicijnen, eerst voor diabetes, tonen in onderzoeken voordelen voor hartfalen, vooral door gewichtsreductie en mogelijke directe hartbescherming. Meerdere grote trials lopen nog.

Mogelijke bijwerkingen zijn misselijkheid, braken, en zelden ernstige pancreatitis. Onderzoeken worden voortgezet in hartfalenpopulaties.

Vicadrostat (BI 690517) in combinatie met SGLT2-remmers

ExperimenteeliLoopt in studieverband, de uitkomst is nog onbekend

Dit is een nieuw middel dat in combinatie met empagliflozin wordt onderzocht voor hartfalen met verminderde pompfunctie. Het werkt op een ander biologisch pad dan bestaande middelen.

Dit loopt in studieverband; bijwerkingen worden nog in kaart gebracht.

Behandeling van onderliggende oorzaken

Wanneer hartfalen voortkomt uit andere ziekten (hoge bloeddruk, atrium fibrillatie, hartklepafwijkingen, amyloïdose), richt behandeling zich ook op die oorzaken. Dit kan medicijngebruik, katheterisatie, of chirurgie omvatten.

---

_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._

↑ Terug naar boven

Gebruikte bronnen

Boven elke bron staat in één zin waar het onderzoek over gaat, zodat je niet op een Engelse vaktitel hoeft af te gaan. Meer studies over Chronisch hartfalen vind je bij publicaties en studies.

↑ Terug naar boven

codex.care geeft geen medisch advies. Bespreek klachten, medicatie en behandelkeuzes altijd met je eigen behandelaar.