# Behandelwijzen bij baarmoederhalskanker
De behandeling van baarmoederhalskanker hangt sterk af van het stadium van de ziekte, de algemene gezondheid en persoonlijke omstandigheden. Artsen gebruiken meestal een combinatie van behandelingen. Hieronder worden de reguliere benaderingen per fase uitgelegd.
Vroegstadia (voorkanker en zeer beginnende kanker)
Bij afwijkingen die nog niet in kanker zijn omgeslagen (cervicale intraepitheliale neoplasie, of CIN), of bij zeer vroege kanker beperkt tot de toplaag van de baarmoederhals, volstaan vaak lokale verwijderingsprocedures.
**Elektrocoagulatie (LEEP) en conusbiopsie
**
Label: **
Bewezen**
Hierbij wordt het afwijkende weefsel met een dunne elektrische lus of mesje verwijderd. Deze procedure kan zowel diagnostisch als therapeutisch zijn: de arts verwijdert het verdachte gebied en onderzoekt het onder de microscoop. De procedure duurt kort en kan in de polikliniek plaatsvinden. Bijwerkingen zijn doorgaans mild: lichte bloeding, infecties (zeldzaam) en, in zeer zeldzame gevallen, aantasting van de baarmoederhals die toekomstige zwangerschappen kan bemoeilijken.
**Lasercoagulatie
**
Label: **
Bewezen**
Met een laser wordt het afwijkende weefsel verdampt. Dit kan gebruikt worden bij oppervlakkige laesies. De procedure is pijnloos en kan ook poliklinisch uitgevoerd worden. Bijwerkingen lijken op die van LEEP.
**Cryotherapie
**
Label: **
Bewezen**
Extreem koude gas wordt gebruikt om afwijkend weefsel in te vriezen en dood te laten gaan. Dit is vooral geschikt voor oppervlakkige afwijkingen in lagelondeninkomstslanden waar elektriciteit minder betrouwbaar is. Bijwerkingen zijn minimaal: watertransudaat en zeldzaam infecties.
Vroegstadia kanker (Ia-Ib1, klein tumorvolume)
Bij jonge vrouwen die mogelijk kinderen willen krijgen, kan in sommige gevallen fertiliteitsbehoudende chirurgie overwogen worden. In andere situaties is verwijdering van de baarmoederhals en omliggend weefsel (radicale tracheotomie) standaard.
**Radicale tracheotomie
**
Label: **
Bewezen**
De baarmoederhals, het bovenste gedeelte van de vagina en nabijgelegen bindweefsels (parametria) worden chirurgisch verwijderd. Dit is de meest gebruikelijke ingreep voor vroegtijdig stadium Ib1 kanker. Bijwerkingen hangen af van de uitvoering, maar omvatten: afname of verandering van vaginale vochtafscheiding, verminderde vaginale elasticiteit, mogelijk verlies van orgasmecapaciteit, urinaire of darmklachten en zeer zelden een bijverstoring van de doorbloeding van de benen (lymfoedeem). Ongeveer 3-15% van de vrouwen rapporteren seksuele disfunctie na deze ingreep.
**Radicale hysterectomie met lymfeklierverwijdering
**
Label: **
Bewezen**
Gehele verwijdering van de baarmoederhals en -lichaam, soms met verwijdering van de eierstokken en omliggende lymfeklieren. Dit is standaard bij iets meer gevorderde vroege kanker of als conservatieve behandeling niet haalbaar is. Bijwerkingen van hysterectomie omvatten: vervroegde menopauze (als eierstokken verwijderd), vaginale drogheid, sexuele veranderingen, en (zelden) doorbloedingsverstoring.
Lokaal gevorderde kanker (stadium IIb-IVa)
Bij kankergroei buiten de baarmoederhals maar zonder verre uitzaaiingen wordt standaard combinatie van brachytherapie en externe bestraling toegepast, vaak met gelijktijdige chemotherapie.
**Externe bestraling (radiotherapie)
**
Label: **
Bewezen**
Radioactieve stralen van buiten het lichaam richten zich op het bekken en kunnen tumoren van verschillende groottes behandelen. De behandeling vindt meestal 5 dagen per week plaats gedurende 5-6 weken. Acute bijwerkingen omvatten: vermoeidheid, huidirritatie, diarree, pijnlijke waterlozing en soms bloedverlies via de baarmoederhals. Lange-termijnbijwerkingen kunnen zijn: permanente vaginale vernauling, verminderde elasticiteit, chronische diarree, intestinale ulcera (zelden), nierfalen (zelden) en verhoogd risico op tweede kankers (jaren later, zeldzaam).
**Brachytherapie (interne bestraling)
**
Label: **
Bewezen**
Een radioactieve bron wordt direct in of dicht tegen de tumor geplaatst, meestal via een ingebrachte buis (applicator) door de vagina. Dit concentreert de straling dicht bij het doelweefsel en minimiseert schade aan gezond weefsel. Brachytherapie gebeurt in meerdere sessies, soms onder zware sedatie of korte verdoving. Bijwerkingen zijn vergelijkbaar met externe bestraling, maar kunnen sterker zijn in het behandelde gebied: hevige krampen, bloeding, vaginale vernauling en lang-termijn uitgangsstoornissen.
**Chemotherapie als radiosensitizer
**
Label: **
Bewezen**
Chemotherapie tegelijk met bestraling (concurrent chemoradiation) is de standaard. Het medicijn maakt tumorweefsel gevoeliger voor straling. Bekende bijwerkingen van chemotherapie in deze context zijn: misselijkheid, braken, verminderde aantallen witte bloedcellen (hogere infectierisico), haaruitval, vermoeidheid en (zelden) nierschade of gehoorproblemen. Deze bijwerkingen treden doorgaans sterker op wanneer chemotherapie en straling tegelijk gegeven worden.
Gemetastaseerde en terugkerende kanker
Bij kanker die zich naar andere delen van het lichaam heeft verspreid of terugkeert na behandeling, zijn systemische behandelingen (chemotherapie, gericht op het hele lichaam) primair.
**Platinumgebaseerde chemotherapie (cisplatine of carboplatine)
**
Label: **
Bewezen**
Deze is de hoeksteen van behandeling voor geavanceerde baarmoederhalskanker. Platinumzouten werken door het DNA van kankercellen te beschadigen, zodat deze niet meer kunnen delen. Intraveneuze infusie gebeurt meestal eens om de drie weken. Bijwerkingen omvatten: nausea, braken, verminderde bloedceltelling, vermoeidheid, hoofdpijn, gehoor- en nierfunctiestoornissen en perifere zenuwschade (tintelingen in handen/voeten). De bijwerkingen zijn vaak omkeerbaar nadat de behandeling stopt.
**Aanvullende chemotherapieagentia
**
Label: **
Bewezen**
Medicijnen als paclitaxel, docetaxel, gemcitabine en andere worden in combinatie met platinumzouten gegeven. Zij werken via verschillende mechanismen om kankercelgroei te remmen. Bijwerkingen variëren maar omvatten doorgaans: haaruitval, nagelproblemen, spier- en gewrichtspijn, verminderde bloedceltelling en vermoeidheid.
**Immuuntherapie (checkpoint-inhibitoren)
**
Label: **
Bewezen**
Medicijnen als pembrolizumab (Keytruda) en nivolumab (Opdivo) helpen het lichaam zijn afweerreactie tegen kankercellen aan te zetten door remmers van het immuunsysteem weg te nemen. Deze worden inmiddels gebruikt bij geavanceerde baarmoederhalskanker, vooral in combinatie met chemotherapie of als onderhoudstreatment. Bijwerkingen ontstaan doordat het immuunsysteem te actief wordt en gezond weefsel aanvalt (immuun-gerelateerde bijwerkingen), waaronder: vermoeidheid, diarree, longontsteking, leverontsteking, schildklieraandoeningen en huiduitslag. Deze bijwerkingen kunnen ernstig zijn, maar zijn vaak omkeerbaar met medicijnstop en steroid-therapie.
Ondersteunende behandelingen
Deze worden naast de hierboven genoemde behandelingen gegeven om bijwerkingen te verlichten en lebenskwaliteit te handhaven.
**Vaginale dilatatie en seksueel functioneren
**
Label: **
Bewezen**
Na bestraling of chirurgie kunnen vaginale elasticiteit afnemen en vaginale vernauling optreden. Regelmatige geleide vaginale dilatatie (langzaam uitrekken van de vagina met plastic hulpmiddelen) kan dit voorkomen of beperken. Seksueel functioneren kan ook ondersteund worden met glijmiddelen, fysieke therapie en psychologische begeleiding.
**Voedingsondersteuning
**
Label: **
Bewezen**
Chemotherapie en bestraling kunnen ernstig eetlust en smaak verstoren. Voedingsadvisering, soms met voedingssupplementen, helpt gewichtsverlies te voorkomen en energieniveaus te handhaven. Dit draagt bij aan beter herstel.
**Pijnbeheersing
**
Label: **
Bewezen**
Afhankelijk van de fase kunnen pijnstillers nodig zijn. Voor chronische pijn na behandeling kunnen verschillende middelen, lokale spuitjes of psychologische benaderingen ingezet worden.
---
_Deze informatie vervangt nooit het oordeel van een arts. Bespreek je situatie altijd met je eigen behandelaar._