Glycogeen is een stof die het lichaam maakt door glucose, een soort suiker, aan elkaar te koppelen. Het lichaam bewaart glycogeen vooral in de lever en de spieren, en kan het weer omzetten in glucose zodra er extra energie nodig is. Bij sommige zeldzame stofwisselingsziekten kan het lichaam glycogeen niet goed opslaan of afbreken, waardoor het zich opstapelt in organen zoals de lever of het hart. Dat kan die organen op de lange termijn beschadigen. Het woord komt daarom voor bij erfelijke stofwisselingsziekten die de opslag van energie in het lichaam verstoren.
← Naar het woordenboek
Medisch woordenboek
glycogeen
een opgeslagen vorm van suiker die het lichaam als energievoorraad gebruikt.
codex.care geeft geen medisch advies. Deze uitleg vertelt wat het woord betekent, niet wat het voor jou betekent. Bespreek dat met je eigen behandelaar.