Een antilichaam is een eiwit dat het afweersysteem aanmaakt om lichaamsvreemde stoffen, zoals virussen of bacteriën, te herkennen en onschadelijk te maken. Het lichaam maakt voor elke indringer een antilichaam dat precies op die stof past, zoals een sleutel op een slot. In de geneeskunde worden ook antilichamen in het laboratorium gemaakt, die specifiek gericht zijn tegen kenmerken van bijvoorbeeld kankercellen. Deze zogenoemde monoklonale antilichamen worden als medicijn gebruikt om zieke cellen te herkennen en aan te vallen, of om het eigen afweersysteem daarbij te helpen. Het woord komt daarom vaak voor bij de uitleg van immuuntherapie en andere doelgerichte behandelingen.
← Naar het woordenboek
Medisch woordenboek
antilichaam
Eiwit van het afweersysteem dat een specifieke stof of cel herkent en aanvalt.
codex.care geeft geen medisch advies. Deze uitleg vertelt wat het woord betekent, niet wat het voor jou betekent. Bespreek dat met je eigen behandelaar.