Een neurotransmitter is een chemische stof die zenuwcellen gebruiken om met elkaar te communiceren. Bij het doorgeven van een signaal komt de stof vrij aan het uiteinde van een zenuwcel en hecht zich aan een volgende cel, die daardoor wordt geactiveerd of geremd. Bekende voorbeelden zijn dopamine, serotonine en acetylcholine, die onder andere een rol spelen bij bewegen, stemming en geheugen. Bij verschillende hersenaandoeningen is de hoeveelheid of werking van bepaalde neurotransmitters verstoord; bij de ziekte van Parkinson is er bijvoorbeeld te weinig dopamine. Daarom komt dit woord vaak terug in uitleg over ziekten van de hersenen en het zenuwstelsel.
← Vers le glossaire
Dictionnaire médical
neurotransmitter
chemische stof waarmee zenuwcellen signalen aan elkaar doorgeven.
codex.care ne donne pas de conseils médicaux. Cette explication indique la signification du mot, non ce qu'il signifie pour toi. Discutes-en avec ton propre soignant.